landbouw & natuur

Terug

Notes

1. Op elkaar gelijkende, maar toch verschillende, inheemse of uitheemse bonen- en bessensoorten (evenals allerlei op elkaar lijkende grassoorten, insecten, schaaldieren, vissen, etc.) hebben in het BrE en AmE (maar ook SchE, CanE, NzlE, AusE, etc.) soms dezelfde naam. Vermelding van de Latijnse naam is dan nodig om het onderscheid aan te geven.
Bijvoorbeeld:
(BrE) blackberry = Rubus fruticosus
(AmE) blackberry = allerlei soorten
(BrE) bilberry = Vaccinum myrtillus = (AmE) blueberry, (AmE ook:) whortleberry, bilberry
Whortleberry
wordt ook voor andere soorten bessen van het geslacht Vaccinum gebruikt, zoals Vaccinum uliginosum (ook wel ‘bog bilberry’ genoemd).

berries

Ned. BrE AmE
bosbes/veenbes/blauwe bes/ etc. (algemeen in Eurazië en Amerika), Vaccinum Vaccinum blueberry, cranberry
(met trosjes bessen)
bilberry, blueberry*
blauwe bosbes (Europese bessensoort, met losse bessen, i.p.v. trosjes)
Vaccinum myrtillus
Vaccinum myrtillus bilberry, whortleberry, huckleberry
(ScotE: blaeberry)
wild European blueberry, huckleberry, whortleberry, hurtleberry
“In N. America bilberries may also be called whortleberries (…) and less aptly ‘huckleberries’, a name better reserved for the true huckleberry, whose structure is different.
(Oxford Companion to Food)
rode bosbes, vossebes

Vaccinum vitis-idaea

Vaccinum vitis-idaea red whortleberry,

cowberry

cowberry, mountain cranberry, lingonberry, lowbush cranberry
grote veenbes

Vaccinum macrocarpon

Vaccinum macrocarpon American cranberry large cranberry, cranberry
Europese veenbes

Vaccinum oxycoccus

Vaccinum oxycoccus cranberry small cranberry, European cranberry
rijsbes

Vaccinum uliginosum

Vaccinum uliginosum bog bilberry,

bog whortleberry,

northern bilberry

 

blauwe bosbes

(inheemse soort in de oostelijke VS)

Gaylussacia frondosa

  (tangleberry), dangleberry, blue huckleberry

wilde donkerblauwe, paarse of zwarte bes,

zoals wilde krent, rotsmispel

Amelanchier

Amelanchier

black currant

(Amelanchier laevis)

juneberry, shadbush, serviceberry

(Amelanchier canadensis)

Amerikaanse framboos

Rubus idaeus strigosus

American raspberry

raspberry

Europese framboos

Rubus idaeus vulgatus

raspberry European raspberry

Amerikaanse braam
Rubus ursinus

(andere Amerikaanse braamsoorten:

Rubus laciniatus, vitifolius, etc.

American blackberry

blackberry

“Blackberries in the USA are

highly diverse. The indigenous species

vary across regions”

(Oxford Companion to Food)

Europese braam

Rubus fruticosus

blackberry

the common European

blackberryb = bramble

European blackberry

Amerikaanse dauwbraam

Rubus trivialis

(andere Amerikaanse dauwbraamsoort:

Rubus flagellaris )

American dewberry dewberry

Europese dauwbraam

Rubus caesius

dewberry European dewberry

gekweekte braamsoort

(kruising tussen blackberry en dewberry)

variëteit van Rubus ursinus (hybride)

Rubus ursinus   youngberry

gekweekte braamsoort (blackberry)

vnl aan Amerikaanse westkust

Rubus ursinus loganobaccus

Rubus ursinus loganobaccus   loganberry

“Blackberries and raspberries

are often crossed to give varieties

such as loganberry and tayberry”

(Oxford Companion to Food)

gekweekte braamsoort

(vooral in de westelijke VS)

kruising met Rubus ursinus (hybride)

Rubus ursinus (hybride)  

olallieberry

(= hybrid of loganberry & youngberry)

kruipbraam, gele bosbraam, veenbraam
(Rubus chamaemorus)

cloudberry (ook:) baked-apple berry, bake-apple

Gaultheria procumbens

(eetbare Noord Amerikaanse bes)

Gaultheria procumbens   checkerberry, wintergreen

vlierbes
(de Amerikaanse varianten zijn groter dan de Britse en Europese)
Sambucus canadensis (oostelijke VS)
Sambucus caerula (westelijke VS)

Sambucus canadensis (oostelijke VS) / Sambucus caerula (westelijke VS) elderberry (small variety) elderberry (large varieties)
kruisbes (BrE) Ribes grossularia / (AmE) Ribes hirtellum

gooseberry
(Ribes grossularia)

gooseberry
(Ribes hirtellum)

 

2. Namen van bonensoorten

Ned. BrE AmE
witte boon (meestal in blik)

Phaseolus vulgaris variëteit

(BrE) haricot bean / (AmE) navy bean

haricot bean

American bean, yankee bean,

pea bean, great northern bean

navy bean (= meestal:  kidney bean),

dry shell bean

flageolet (Franse kidney bean)

Phaseolus vulgaris variëteit

(BrE) flageolet bean / (AmE) green shell bean flageolet bean green shell bean
sperzieboon, prinsessenboon, slaboon

Phaseolus vulgaris

(BrE) French bean / (AmE) green bean* / snap bean French bean* green bean*, (string bean), snap bean
limaboon, kratokboon, gele boon (gedroogd gegeten), (vgl. wasboon)

Phaseolus lunatus

Phaseolus limensis

(BrE) butter bean / (AmE) lima bean butter bean (white) lima bean*, (cf.: siva bean, wax bean, Madagascar bean)
sojaboon

Glycine hispida

(BrE) soya bean / (AmE) soy bean soya bean soy bean
peultje, suikererwt

Pisum sativum (soort: saccharatum)

(BrE) mangetout / (AmE) snow pea mangetout,

sugar (snap) pea*

snow pea,

vergelijk: sugar snap (iets minder plat dan het Nederlandse peultje)

kikkererwt, kekererwt

Cicer arietinum

(BrE) chick pea / (AmE) garbanzo bean chick pea, garavance garbanzo bean
tuinboon, grote boon

Vicia faba

(BrE) broad bean / (AmE) fava bean broad bean,

(Windsor bean, shell bean,

Scotch bean)

fava bean

vignaboon, ogenboon, zwartgespikkelde erwt

Vigna sinensis unguiculata

(BrE) blackeye bean / (AmE) cow pea*

blackeye bean,

cowpea, Chinese bean

cow pea*, black-eyed susan/susie,

black-eyed pea/bean, southern bean

 

N.B.
(AmE) ‘green bean’, ‘string bean’, en (BrE) ‘French bean’: verzamelnamen voor jonge, groene sperziebonen, slabonen, etc. die jong geplukt en in z’n geheel kunnen worden gegeten; dus niet gedroogd. Lat.: Phaseolus vulgaris.
string bean
= (BrE) runner bean / (AmE) green bean, (sometimes: snap bean)
N.B.: “in the USA (…) snap beans may be called ‘string beans; unjustly because the really stringy green bean is the runner bean, which is of a different species”. (Oxford Companion to Food)

Een aantal bonenvariëteiten / bonenproducten behoren tot dezelfde familie:
Vicia faba:
horse bean = paardenboon;
pigeon bean  = duivenboon
(AmE) pole bean / (BrE) stick bean: verzamelnaam voor stokboon, klimboon van de Phaseolus vulgaris variëteit.
climbing French bean, pole French bean, (AmE) pole snap bean = stokboon, stokslaboon (soort ‘snijboon), stoksperzieboon

Phaseolus vulgaris = haricot bean, kidney bean, French bean, Cannelini, navy bean, black bean, pinto bean, snap bean, etc.( zie Oxford Companion to Food)
dwarf bean, bush bean = stamboon
dwarf French bean, dwarf snap bean = stamslaboon, stamsperzieboon
dwarf slicing bean = stamsnijboon
French bean, snap bean, (AmE) string bean = slaboon, sperzieboon, prinsessenboon
kidney bean = droge boon, witte boon, bruine boon
pole slicing bean = stoksnijboon
slicing bean = snijboon

3. komkommerachtigen ( Cucurbitaceae): pompoen/kalebas/avocado/courgette/etc.
(BrE) gourd = verzamelnaam voor de eetbare komkommerachtigen (squashes), zoals de courgette, pompoen en bitterkomkommer.
(AmE) gourd = calabash = fleskalebas, niet-eetbare komkommerachtige
Zie ook de omscrijving van ‘gourd’ in The Oxford Companion to Food: “In N. America the term is applied particularly to varieties [of cucurbit plants] with hard-shelled fruits which are grown for ornament or to provide utensils. British use of the word is less exclusive (…) and it can refer to all cucurbits.”

De Oxford Companion to Food vermeldt dat  ‘squash‘ de Amerikaanse term is voor allerlei komkommerachtigen van het geslacht Cucurbita (zoals: summer  squash, winter squash, vegetable marrow, zucchini)
Summer squash
 (= Cucurbita pepo) = (BrE) (vegetable) marrow /summer marrow: verzamelnaam voor eetbare komkommerachtigen (o.a. pompoenen, avocado’s, courgettes, augurken) met dunne groene of gele schil, die meestal geoogst worden voordat de schil hard is.
Voorbeelden van (eetbare) summer squashes:
(BrE) courgette = (BrE) (baby) marrow = (AmE) zucchini: hele jonge soort, tot ca. 15 cm lang (variëteit van Cucurbita pepo).
(BrE) giant marrow = large zucchini (?) (eierpompoen)
(AmE) English zucchini
pattypan squash = scallop
yellow crookneck
straightneck yellow squash

summer squash
summer squash

Winter squash (Cucurbita maxima / Cucurbita moschata): verzamelnaam voor meestal decoratieve pompoen-kalebassoorten met een harde donkergroene of oranje schil, zoals:
(AmE) acorn squash = (BrE) table queen squash (eikelpompoen, acorn-pompoen)
butternut squash
spaghetti squash
banana squash
Hubbard squash
buttercup squash = turban squash
Cushaw squash
delicata squash
pumpkin: voor de bereiding van taart (pumpkin pie), soep (pumpkin soup), als groente, of voor decoratief gebruik, bijv. als lantaarn tijdens Halloween

winter squash
winter squas

pumpkin
pumpkin

4. onion / shallot /scallion (= bosui, sjalot, etc.), vooral gebruikt als saladegroente
Allium ascolonium (‘sjalot’, ‘sla-ui‘)
(BrE) spring onion = (AmE) green onion  = (AmE/IreE) scallion = (AusE/AmE) shallot
Allium cepa (‘bosui‘)
(AmE) fresh onion, (AmE) spring onion, (AmE) green onion, (AmE) scallion, (AmE) bunching onion, (AmE) Bermuda onion = (BrE) Spanish onion, (BrE) shallot = bosuitje
The Joy of Cooking vermeldt dat de witte delen van deze uitjes een goed alternatief voor (AmE) shallots (= Ned. ‘sjalot’, Lat. Allium ascalonium)
Scallion:
algemene term voor eetbare plantensoort van het geslacht Allium, waaronder sjalot, prei, etc.
Alan Davidson in de Oxford Companion to Cooking (onder het lemma “onions“): “the [names] which constantly cause confusion are
spring onions and scallions. Usage varies to such an extent that no generally valid definitions can be given.”
Davidson noemt de (BrE) spring onion (Allium cepa, als onvolgroeid plantje), (BrE) welsh onion (Allium fistulosum, in de noordelijke VSscallion’ genoemd, terwijl de termscallion in de zuidelijke VS synoniem is met BrE green shallot)
In het (Britse) BBC-quizprogramma Mastermind (Celebrity Mastermind van van 21 juli 2013) luidde een vraag: “By what name is the salad vegetable ‘scallion’ or ‘green onion’ better known in England?” De Britse kandidaat kon het correcte antwoord ‘spring onion’ vlot geven.

shallots
shallot = (Ned.) sla-ui,
sjalot, bosui met bolletje

(BrE) spring onion / (AmE) green onion / green onion / scallion(BrE) spring onion / (AmE) green onion / green onion / scallion
(BrE) spring onion / (AmE) green onion / scallion =
(Ned.) sjalot, bosui zonder bolletje, lente-ui

5. (BrE) green/red  pepper / (AmE) green/red bell pepper / capsicum*
Vgl. (BrE) chilli pepper = (Ned.) Spaanse peper

6. (BrE) couch grass (Lat.: Agropyron repens) = kweekgras
≠ (AmE) crab grass (Lat.: Digitaria sanguinalis) = bloedgierst, harig vingergras

7. vissen / schaaldieren
Wat in de plantenwereld voor de namen van o.a. bessen en vruchten geldt, geldt in de dierenwereld voor de namen van vissen en schaaldieren (en ook zoogdieren, vogels, reptielen en insecten). Inheemse Amerikaanse vissoorten en schaaldieren die enigszins deden denken aan bekende Europese soorten, kregen van de eerste kolonisten vaak dezelfde naam. Of zoals Alan Davidson in The Oxford Companion to Food opmerkt: “the English-speaking colonists who encountered fish in other continents and often had the privilege of bestowing common names on them were not as systematic as ychthyologists would have been (…)”
Voorbeelden:
(AmE) sea perch:
“the name ‘sea perch’ has been bestowed in such a seemiingly random fashion that it has little meaning except in a local context.”
(AmE) flounder:
“The name ‘flounder’, like so many other names of fish familiar to people in Britain, was exported by English-speaking colonists and applied to fish in other parts of the world.”
Voorbeelden van (AmE) flounder: Pseudopleuronectes americanus (winter flounder), Paralichthys dentatus (summer flounder), Limanda ferruginea (yellowtailed flounder), Pseudorhombus arsius, Rhombosolea taoparina (greenback flounder).
(AmE) bass:
“a fish name (…) widely adopted in N. America and eslewehere for naming fish related to or deemed to bear some resemblance to the
European species.”
(Oxford Companion to Food)
(AmE) clam:
“the name is used so much more in N.America than in Britain that some British people have the impression that clams are an American phenomenon”
(AmE) cockle:
“It is on the Pacific coast of N. America that confusion becomes rampant. There the name cockle (…) is among those given to a whole range of clams and venus shells.”
Voorbeelden van identieke namen noor verschillende BrE en AmE vissen en schaaldieren zie ook: OECD Multilingual Dictionary of Fish and Fish Products):

same word BrE AmE  
alewife

(Ned) elft

(Lat.) Alosa alosa

(syn.) allis shad

(Ned.) Amerikaanse rivierharing

(Lat.) Alosa pseudoharengus

(syn.) river herring

 

angelfish

(= a kind of monkfish)

1. (Ned.) zee-engel

(Lat.) Squatina squatina

(syn.) angel shark

2. (Ned.) braam

(Lat.) Brama brama

(syn.): black sea bream, pomfret

1. (Ned.) engel-, of keizersvis

(Lat.) Holacanthus / Pomacanthus

2. (Ned.) koraalvlinder(s)

(Lat.) Chaetodontidae

(syn.) butterflyfish

monkfish ?

fiddle fish ?

shark ray ?

N.B. angelsfish is not

to be confused with

(Ned.) schopvis(sen)

(Lat.) Ephippidae

(syn.) spadefish

moonfish

(Ned.) koningvis

(Lat.) Lampris guttatus

(Ned.) horsmakrelen

(Lat.) Vomer species (Carangidae family)

 
monkfish

1. (Ned.) hozemond, zeeduivel

(Lat.) Lophius piscatorius

(syn.)anglerfish, angler

2. ( Ned.) zeeëngel, (paddehaai,

pakhaai, schoorhaai)

(Lat.) Squatina squatina

(syn.) angler shark

 

(New Zealand:)

(Lat.) Kathetostoma giganteum

(syn.) giant stargazer

anglerfish

(= a kind of monkfish)

1. Lophius budegassa

2. Lophius piscatonius

(Ned.) zeeduivel, hozemond

(Lat.) Lophius americanus

 
boarfish

(also:)

(Ned.) evervis

(Lat.) Capros aper

(Lat.) Pentacerotdae*

(some species of this family:

e.g. Evistias / Prazanclistius)

(New Zealand:)

giant boarfish

(syn.) sowfish

bream

1. common bream*

(Lat.) Abramis species

(Ned.) brasem

2. red fish*

(Lat.) Sebastes species

(also:) sea bream

(Lat.) Sparidae species

(specifically:) pinfish

(Lat.) Lagodon rhoboides

 

brill

 

(Lat.) Bothidae

(Ned.) griet

 

(New Zealand:)

(Lat.) Colistium guntheri

butterfish

(Lat.) Peprilus triacanthus

(syn.) American butterfish

(Lat.) Stromateidae (?)

(Australia:)

Selenotoca multifasciata

(New Zealand:)

Coridodax pullus

syn.: greenbone

catfish

Ictalurus species

(Ned.) meerval

(also:) Anahichas species

(syn.)seawolf (tradename: rockfish)

Atlantic catfish?

Ictalurus species (7)

(Ned.) meerval

(Australia:)

Ictalurus punctatus

= (Ned.) ….

(New Zealand:)

Tandanus tandanus

= (Ned.) ….

deep-sea smelt

(Ned.) …..

(Lat.) Argenytina semifasciata

(syn.)argentine

(Ned.) ….

(Lat.) Bathylagiae

 
dover sole

(Ned.)  bot

(Lat.) Solea vulgaris vulgaris /

Solea solea

syn.: common sole

(Ned.) tong

= (Lat.) Microstomus pacificus
= Pacific flounder

(syn.) slippery sole?

slime sole, short-finned sole?

garfish

(Lat.) belone belone*

(Ned.) geep

(also:) Lepisosteidae species

(syn.) gar

(Australia:)

Lat.) Hemiramphus species

= (Ned.) …..

(New Zealand:)

(Lat.) Hyporhamphus ihi

= (Ned.) ….

king crab

(Ned.) Kamsjatka krab

(Lat.) Paralithodes camchatica

(also:) Limulus species

(New Zealand:)

(Lat.) Lithodes murrayi

= (Ned.) …

(Lat.) Neolithodes brodiei

= (Ned.) …

kingfish

(Ned.) koningsmakreel

(Lat.) Scomberomorus cavalla*

(usually:)

(Lat.) Menticirrhus species

(syn.) king whiting

(tegenwoordig: king croaker)

(Lat.) Genyonemus lineatus

(syn.) white croaker

(Australia:)
(Lat.) Seriola Ialandi

(syn.) yellowtail

(Lat.) Rexea solandri

(syn.) gemfish

common porpoise

(Ned.) bruinvis

(Lat.) Phocaena phocaena

(Ned.) tuimelaar

(Lat.) Tursiopes truncatus

 
rockfish

(Ned.) zeewolf

(BrE/AmE also;) Atlantic catfish*

(AmE also:) wolffish

(Lat.) Anahichas lupus

(1) scorpion fish* = (Ned.) schorpioenvis

(Lat.) Scorpaenidae, Sebastodes species

(2) Pacific Ocean perch* = soort zeebaars

(Lat.) Sebastes alutus

(3) striped bass* = soort zeebaars

(Lat.) Morone saxatilus

 
sardine Sardina pilchardus

(generic term for the canned product:)

Clupeidae family (herring)

??

OECD is a unclear about the

different usage in BrE and AmE

for pilchard and sardine

pilchard

larger species of the Sardina family:

e.g. the Pacific pilchard:

(Lat.) Sardinops caeulea,

Sardinops sagax,

Sardinops melanosticta

?
scad

(psecifically:) horse mackerel

(Lat.) Trachurus species

(more generally:)

Carangidae family

(e.g. Trachurus / Decapterus species)

 
sea trout

zeeforel*, schotje*

(Lat.) Salmo trutta*

(also:) ombervis

(Lat.) Sciaenidae

(e.g.) Cynoscion nebulosis

(syn.) croaker, drum

‘brown trout’ =

non-migratory Salmo trutta

silverside

Atherinidae

(e.g. Atherina presbyter)

(Ned.) koornaarvis (?)

 

(Australia & New Zealand:)

(Lat.) Argentina elongata

snapper

1. (Ned.) baarsachtige (…)

(Lat.) Lutjanidae

2. Pacific Ocean perch

(Boston:) small fish (< 1.5 pounds)

(Australia & New Zealand:)

(Lat.) Chrysophyrus auratus

(Ned.) …..

starry ray

also:) (Ned.) sterrog

(Lat.) Raja radiata

(Ned.) keilrog*

(Lat.) Raja asterias* / Raja puntata*

 
brown trout

(Ned.) …

(Lat.) Salmo trutta

(life-long in fresh water)

(Ned.) zeeforel

(Lat.) Salmo trutta

(syn.) sea trout

 
whitebait

(Ned.) puf

mixture of very small fish

(also:) Atherinidae species

= (Ned.) koornaarvis

(New Zealand:)

young of Galaxias species

(especially:) Galaxias maculatus

winkle

(Ned.) alikruik, kreukel

(lat.) Littorina littorea

(also:) (Ned.) kokkel, kokhaan

(Lat.) Cardidae

 
lemon sole      
hardhead    
rock salmon    
smelt    
sea bream    
tomcod    
yellowtail    

Er zijn ook vissoorten die zowel in Amerika als Europa bekend zijn, maar die in het Amerikaans-Engels een andere naam hebben gekregen.
Onderstaande tabel geeft een kort overzicht van Britse en Amerikaanse (en/of Canadese) naamvariaties voor identieke vis- en schaaldiersoorten (zie ook de Scandinavian Fishing Yearbook en Multilingual Dictionary of fish and Fish Products):

Ned. (+ Lat.). BrE AmE  

Huso, beluga
(Huso huso)

Beluga sturgeon European sturgeon

Japanse seriola
(Seriola quinqueradiata)

yellowtail

Japanese yellowtail,
amberjack

snoek
(Esox lucius)

pike northern pike

chinook,
koningszalm
(Oncorhynchus tshawytscha)

chinook*,
king salmon*

chinook*,
king salmon*
(CanE also:) spring salmon

tong

(Solea solea)

dover sole,

common sole

European dover sole

baars

(Perca fluviatilis)

perch* (also:) yellow perch

zeebaars

(Morone saxatilis)

sea bass*,

(soort:) striped bass

(soort:) rockfish

zeebrasem

(Pagrus pagrus)

sea bream*,

porgy

(also:) scup

zalmforel

(Oncorhynchus mykiss)

salmon trout,

Donaldson trout

steelhead

mazouzalm,

japanse zalm

(Oncorhynchus masou)

(also:) masou salmon,

Japanese salmon

cherry salmon*
(Sigamus auratus) rabbit fish spinefoot  

witte steur

(Acipenser transmontanus)

white sturgeon* (also:) Pacific sturgeon

zeeoor, abalone

(Haliotis tuberculata)

ormer European abalone

tapijtschelp

(Venerupis decussata)

grooved carpet shell clam

schol

(Pleuronectes platessa)

plaice European plaice

rivierkreeft

(Astacus astacus)

crayfish European crayfish

St. Jacobsschelp,

grote mantelschelp

(Pecten maximus)

king scallop* (also:) great scallop

Amerikaanse venusschelp

(Mercenaria mercenaria)

clam

quahog,

hardshell clam

(Pacifastacus leniusculus) American crayfish

signal crayfish,

signal crawfish

(Perna canaliculus) (also:) green mussel green-lipped mussel*  

rode ombervis

(Sciaenops ocellatus)

red drum* (also:) redfish

beekforel

(Salmo trutta)

(also:) river trout brown trout*

Japanse vernisschelp

(Meretrix lusoria)

hard clam Japanese hard clam

paling, aal

(Anguilla anguilla)

eel* (also:) European eel

meerval

(Siluris glanis)

European catfish* (also:) giant catfish

zeewolf

(Anarhichas lupus)

wolffish,

(Atlantic) catfish*

rockfish,

catfish*

zeeduivel

(Lopius pisatorius)

monkfish

goosefish,

angler fish

(Porphyra tenera) laver nori  

oester

(Ostrea edulis)

common oyster flat oyster

kamschelp,

kammossel

bay scallop* (also:) Cape Cod scallop

heilbot

(Hippoglossus hippoglossus)

halibut* (also:) Atlantic halibut

snoekbaars (max. 120 cm)

(Stizostedion lucioperca)

pikeperch

zander

(‘ walleye’ = Stizostedion vitreum)

tarbot

(Psetta maxima)

turbot* (also:) European turbot

spiering (max. 14 cm)

(Osmerus eperlanus)

smelt* smelt, (also:) sparling

poon, knorhaan

(Triglidae)

gurnard* (also:) see robin

Voorbeelden uit de OECD Multilingual Dictionary of Fish and Fish Products:

Dutch / Latin BrE AmE Note:

(Ned.) lange schar

(Lat.) Hippoglossoides platessoides

American plaice

(syn.) roughback

plaice dab? sand dab?

(Ned.) blauwe zeewolf

(Lat.) Anarhichas denticulatus

blue seacat, jelly cat (northern) wolffish  

(Ned.) zeewolf

(Lat.) Anarhichas lupus

(Atlantic) catfish*

rockfish (UK trade name)

(also:) wolffish

ocean catfish? rock turbot?

rock salmon? sea cat?

sea wolf? sand scar?

swine fish? wolf?, woof?

(Ned.) koperhaai

(Lat.) Carcharhinus brachyurus

copper shark?

requiem shark?

blue shark?

narrowtooth shark

Australia / New Zealand:

bronze whaler

(Ned.) Noorse garnaal

(Lat.) Pandalus borealis

deepwater prawn,

Greenland prawn

usually:

pink shrimp

also: deepwater red shrimp

 

(Ned.) doornhaai

(Lat.) Squalus acanthias

picked dogfish*

(usually:)

spiny dogfish,

spring dogfish

(ScotE) spurdog, dog

(NzlE) spiny dogfish, spiky dogfish

(Ned.) hondshaai

(Lat.) Galeus melastomus

(black-mouthed) dogfish usually: catshark  

(Ned.) kreeft, zeekreeft

(Lat.) Homarus gammarus

common lobster European lobster  

(Ned.) fregatmakreel

(Lat.) Auxis thazard

frigate tuna* also: frigate mackerel  

(Ned.) Groenlandse heilbot,

zwarte heilbot

(Lat.) Reinhardtius hippoglossoides

Greenland halibut*

(also:) Greenland turbot,

Newfoundland turbot

 

(Ned.) snoek

(Lat.) Esocidae species

pike* (also:) pickerel  

(Ned.) grootbek(ken)

(Lat.) Stromateidae

pomfret butterfish  

(Ned.) haringhaai, neushaai

(Lat.) Lamna nasus /

Lamna cornubica

porbeagle*

(also:) beaumaris shark

(also:) blue dog  

(Ned.) bruinvis

(Lat.) Phocaena phocaena

porpoise*
(also:) common propoise
(also:) harbor porpoise  

(Ned.) tuimelaar

(Lat.) Tursiopes truncatus

bottlenosed dolphin (also:) common porpoise  

(Ned.) regenboogforel

(Salmo gairdnerii /

Salmo irideus)

rainbow trout

(also:) finger trout

(also:) steelhead trout

(when they enter or return

from sea or large inland lakes)

 

(Ned.) (kleine) roodbaars

(Lat.) Sebastes species,

Helicolenus dactylopterus

(tradenames:) redfish,

ocean perch,

rose fish

(tradename:)

ocean perch

 

(Ned.) diepzeekabeljauw

(Lat.) Mora moro

ribaldo* (?) (also:) morid cod

Australia / New Zealand also:

deepsea cod

(Ned.) koolvis, zwarte koolvis

(Lat.) Pollachius virens

saithe pollock

coalfish?

coley?

(Ned.) chinookzalm

(Lat.) Oncorhynchus tschawytscha

chinook salmon

(also:) king salmon

(also:) spring salmon

New Zealand also:

quinnat salmon

(Ned.) zandspiering(en)

(Lat.) Ammodytidae

sandeel*

greater sandeel = (Ned.) smelt

small/lesser sandeel

(also:) sand lance (?)

??

OECD is not clear about the

different usage in BrE and AmE

(Ned.) haring

(Lat.) Clupea harengus harengus

Clu[pea harengus pallassi

herring sea herring  

(Ned.) makreelgeep

(Lat.) Scomberesox saurus

Atlantic saury (also:) needlenose  

(Ned.) zwarte haai

(Lat.) Dalatias licha

seal shark*

(also:) darkie charlie

black shark ?

kitefin shark ?

(Ned.) sterrog

(Lat.) Raja radiata

starry ray thorny ray  

(Ned.) zeeforel

(Lat.) Salmo trutta

sea trout,

salmon trout

brown trout

(BrE) brown trout

(if lifelong in fresh water)

(Ned.) lom

(Lat.) Brosme brosme

tusk cusk

brismak ?

torsk ?

moonfish ?

(Ned.) witje, hondstong

(lat.) Glyptocephalus cynoglossus

witch

witch flounder

(gray sole)

craig fluke, pale flounder,

 rusty dab, pale dab,

torbay sole, white sole, whitch ??

 

7b. crawfish / crayfish
In het Brits-Engels wordt  met crayfish ‘zoetwaterkreeft / ‘rivierkreeft’ aangeduid, en wordt met crawfish ‘zeekreeft’ / ‘langoesten’ bedoeld. (Zie ook Alan Davidson’s Oxford Companion to Food).
In het Amerikaans-Engels wordt de term crawfish daarentegen soms ook voor zoetwaterkreeft gebruikt.

(BrE) crayfish* = (AmE) crawfish / crawdad in de westelijke VS; in het oosten van de VS spreekt men van crayfish.
(AmE) crawfish is officieel (oorspronkelijk) een synoniem voor de spiny lobster, een zeekreeft (Palinarus), maar in de westelijke VS is het nu een synoniem voor crayfish, de zoetwater/rivierkreeft (Astacus).

Fowler’s Modern English Usage (2004):
Crayfish is the customary word in Britain for a small lobster-like freshwater crustacean. Americans call them crawfish as well as crayfish, and have also come to use crawfish as a verb = ’to retreat from a position, to back out'(…). Australians and New Zealanders tend to abbreviate the word to cray (…).

Voorbeeld (AmE) crawfish / crayfish:
– Mr. Perez picked up the phone again and asked for room service. (…) “You got any crawfish? … No, I don’t want crayfish, I want crawfish …. (Elmore Leonard, Unknown Man #89, chapter 4)

Voorbeeld (AmE) crawdad (= rivierkreeft, westelijke VS):
She immediately dismantled a couple of crawdad houses to get the kind of mud she required. (…) “Old Sam et crawdads,” she said.  (Larry McMurtry, Lonesome Dove, chapter 43)

7c. rockfish
(AmE) rockfish is een verzamelnaam voor verschillende vissen die zich op de rotsige zeebodem bevinden. Meer in het bijzonder, wordt de term in de VS gebruikt voor allerlei kleinere vissoorten in soepmaaltijden, waarbij het niet zo belangrijk is om de vis te kunnen identificeren (zie Oxford Companion to Food)
(AmE) rockfish:
(1) algemene term voor scorpion fish (schorpioenvis, van de familie Scorpaenidae, Sebastodes species ),
(2) ook gebruikt voor de Pacific Ocean perch (soort zeebaars: Sebastes alutus);
(3) synoniem voor striped bass (soort zeebaars: Morone saxatilus )
(BrE) rockfish: synoniem voor catfish = (Ned) zeewolf = (Lat.) Anahichas lupus

7d. shrimp/prawn (= garnaal)
In het Brits-Engels wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de kleinere garnaalsoorten (BrE shrimps) en de grotere soorten ( BrE prawns), terwijl  in het Amerikaans-Engels de term shrimp zowel voor de kleinere als de grotere garnaalsoorten wordt gebruikt.
Alleen de allergrootste Britse prawns (king prawns / tiger prawns) wordt ook in het AmE wel prawns genoemd. De term prawn wordt in de AmE spreektaal ook wel (oneigenlijk) voor sommige kreeftsoorten gebruikt. Zie hieronder:
(BrE) shrimp = kleine garnaal(soorten), verkocht per gewicht (pounds)
(BrE) prawn = grotere garnaalsoorten, steurgarnaal, gamba (“Crustaceans” zoals common prawn, spot prawn, northern prawn, deepwater prawn, king prawn, tiger prawn)
(AmE) shrimp = kleine én grotere garnaalsoorten, schaaldieren van de Crustacean-familie, in de volgende gewichtscategorieën:
collosal shrimps (up to 10 per American pound-weight)
jumbo shrimps (11-15 per pound)
extra large shrimps (16-20)
large shrimps (21-30)
medium shrimps (31-35)
small shrimps (36-45)
miniature shrimps (circa 100 per pound)
titi shrimps  (circa 400 per pound)
(AmE) prawn:
(1) (BrE) king prawn: allergrootste garnaalsoort van het geslacht Penaeidae, die verkocht worden met een lengte van 7,6 tot 10,1 cm, groter dan (AmE) shrimp; de term is ongetwijfeld (?) ook van toepassing op ’s werelds allergrootste garnaal de (BrE) tiger prawn (Penaeus monodon) die wel 36 cm lang kan worden en dan maximaal 650 gram weegt
(2) ook oneigenlijk gebruikt voor elke grote (AmE) shrimp, met name voor de (AmE) jumbo shrimp (van het geslacht Palaemonidae); ze worden vaak per stuk verkocht (er gaan maximaal 15 stuks in een Amerikaans pound)
(3) soms ook oneigenlijk gebruikt (imprecisely used) voor een kleine kreeftsoort (lobster) van 15,2 tot 19,3 cm lang, met name voor de Caribbean lobster, Danish lobster, Dublin Bay lobster, Florida lobsterette)
N.B. Volgens Alan Davidson in de Oxford Companion to Food komt de term ‘prawn’ in AmE (bijna) niet voor:
In alle gevallen geldt, volgens hem onder het lemma ‘prawn‘, dat “what the British call prawns (…) would be called shrimps by Americans”. Onder het lemma ‘shrimp’ voegt hij daaraan toe dat “in North America the name ‘prawn’ is practically obsolete and is almost entirely replaced by the word ‘shrimp’“. (AmE) shrimp wordt volgens hem i.p.v.prawn gebruikt ‘even for the largest species’. Maar “if the word ‘prawn’ is used at all in America it is attached to small species”.

8. lark
(BrE, AusE) lark = leeuwerik allerlei soorten van de leeuwerikfamilie (Alaudidae), bijvoorbeeld de skylark (Alauda arvensis)
(AmE) lark = (1) meadow lark = weidespreeuw; zoals de Eastern meadowlark (witkaakweidespreeuw, sturnella magna, van de familie Icteridae); verder kent Noord Amerika ook de Western meadowlark (geelkaakweidespreeuw, sturnella neglecta), en Lilian’s meadowlark (sturnella M. lilianae). In Zuid-Amerika zijn er ook nog een aantal andere soorten van de meadowlark (Icteridae-familie, ofwel de troepialen). Zie wikipedia-link.
(2) horned lark (Eremophila alpestris = BrE shore lark, (Ned) strandleeuwerik)
Terwijl Europa (en de rest van de “Oude Wereld” verschillende soorten van de leeuwerikfamilie (Alaudidae) kent kent Amerika maar één inheemse soort, de strandleeuwerik, die in AmE de “horned lark” heet, en in BrE) shore lark.
H.L. Mencken, in The American Language, noemt lark” als een voorbeeld van een woord dat in het Amerikaans een nieuwe betekenis kreeg (net als blackbird, oriole, partridge en swallow). H.W. Horwill, in Modern American Usage, schrijft dat “the Am. meadow lark has little resemblance to the Eng. lark, but is more like the Eng. jackdaw.”


(BrE) lark (skylark)
(Ned) leeuwerik
(Lat) Alauda arvensis


(AmE) lark (eastern meadowlark)
(Ned) geelkaakweidespreeuw
(Lat) sturnella magna


(AmE) horned lark
(BrE) shore lark
(Ned) strandleeuwerik
(Lat) Eremophila alpestris

 

8a. zwaluw / kwikstaart (swallow / swift / wagtail / etc.)
chimney swallow = (BrE) boerenzwaluw, (AmE) (schoorsteen)gierzwaluw
(BrE) chimney swallow = (AmE) barn swallow
(BrE) swift = (AmE) chimney swallow / chimney swift

(BrE) chimney swallow / (AmE) barn swallow
(Ned) boerenzwaluw
(Lat) Hirundo rustica
(BrE) chimney swallow
(AmE) barn swallow

(BrE) swift / (AmE) chimney swallow / chimney swift
(Ned) (schoorsteen)gierzwaluw
(Lat) Chaetura pelagica
(BrE) swift
(AmE) chimney swallow / chimney swift

(BrE) water wagtail / (AmE) dishwasher
(Ned) kwikstaart
(Lat) Motacilla alba yarrellii
(BrE) water wagtail / white wagtail
(AmE ook:) dishwasher

 

8b. robin (“robin redbreast”)
(BrE) robin = (AmE) European robin = (Lat) Erithacus rubecula = (Ned) roodborstje
(AmE) robin = (BrE) American robin = (Lat) Turdus migratorius = (Ned) roodborstlijster
(AusE) robin =  (BrE/AmE) Australian red robin = (Ned) Australisch roodborstje (familie: Petroicidae, een kraaiachtige);

Er zijn 3 soorten (AusE) robin:
(1) scarlet robin (Petroica multicolor)
(2) red-capped robin (Petroica goodenovii)
(3) flame robin (Petroica boodang)


(BrE) robin
roodborstje
(Erithacus rubecula)

(AmE) robin
(AmE) robin, redbreast
(BrE) American robin
roodborstlijster
(Turdus migratorius)

(AusE) robin
(AusE) robin
(Petroica multicolor)

(AusE) robin
(AusE) robin
(Petroica boodang)

H.W. Horwill (Dictionary of American Usage) notes:
“Accordingly, an American song-writer refers to
A tree that may in summer wear
A nest of robins in her hair.
This allusion is likely to puzzle an English bird-lover who knows that it is the habit of the robin to nest in banks and never in bushes or trees. The American robin, being really a thrush, nests usually in apple-trees.”

In een ingezonden brief in het Britse weekblad The Spectator (12 dec. 2020, pagina 29) wordt het verschil tussen de Amerikaans en Britse robin  uit de doeken gedaan naar anleiding van een artikel in een eerdere aflevering van The Spectator (‘Robins’, 28 nov., pagina 58) waarin dit verschil niet wordt begrepen en vermeld.
“(…) surely Batman’s Robin is named after the American bird of that name, which is not only a different species to our own, but belongs to a completely different taonomic family? A similar mix-up curred in the original Mary Poppins film when, in spite of its London setting, the robin perched on Julie Andrew’s hand to illustrate a line in the song ‘A Spoonful of Sugar’ is clearly Turdus migratorius, not Erithacus rubecula. To be fair, the American robin was likely named after the European, because it does at least have a red breast.

Voorbeeld van vergelijking tussen de Britse/Europese ‘blackbird’ en de Amerikaanse ‘robin’:
“In its habits and manners the blackbird strikingly resenmbles our American robin, and indeed looks exactly like a robin, with a yellow bill and coal-black plumage,. It hops everywhere over the lawns, just as our robin does, and it lives and nests in the gardens in the same fashion. Its song has a general resemblance to that of our robin, but many of the notes are far more musical, more like those of our wood thrush.” (Theodore Roosevelt, An Autobiography, chapter IX, page 336, published by the MacMillan Company, 1914)

Vertaaldilemma’s en tips:
Het vertalen van (AmE) robin met (Ned) ‘roodborstje’ kan tot onbedoeld komische beschrijvingen leiden. Vooral wanneer een tekst vervolgens uitweidt over het gedrag en andere eigenschappen van het vogeltje. Zo zijn de eieren van het Nederlandse roodborstje bleekgeel, soms met spikkels, of roodbruin van kleur. Het Amerikaanse roodborstje heeft daarentegen prachtig turquoise-blauwgekleurde eitjes. Om die reden is de volgende vertaling dus niet alleen fout, maar ook onbedoeld komisch en ongeloofwaardig:
Her eyes were the beautiful blue of robins’ eggs, and had just as much expression. > Haar ogen waren van het prachtige blauw van roodborstjeseieren, en vertoonden ongeveer evenveel uitdrukking. (John D. MacDonald, A Purple Place for Dying, chapter 1, vertaald door H.J.Oolbekkink: ‘Een Purperen Plaats om te Sterven’ ).
– Take an antihistamine. They’re on the second shelf of the linen closet. The big blue ones the color of robin eggs. (John D. MacDonald, Contrary Pleasure, chapter 12)
(AmE) robin egg blue is een officiële kleur met de “ISCC descriptor”:  “brilliant bluish green“.  Het is een kleur die vaak wordt gebruikt om de binnenkant van de plafonds van  veranda’s in het zuiden van de VS mee te verven. De vergelijkbare kleur in het Nederlands is ‘cyaanachtig, turquoiseachtig, groen-blauw‘. De internationale kleurcoördinaten zijn: …………

(IntE) teal (“a shade of teal”) is een kleur die dicht in de buurt komt van (AmE) robin egg blue, met “ISCC-NBC descriptor”: “moderate bluish green” (internationale kleurcoördinaten: ………..).  Het is de kleur van de blauw-groene streep op de kop van de wintertaling = common teal /Eurasian teal / Eurasian green-winged teal / Anas crecca).
N.B. (AmE) teal = North American green-winged teal = Anas carolinensis = Amerikaanse wintertaling,  een vogel  met dezelfde kleur, maar met andere gedragskenmerken, etc.)

8c. oriole
(BrE) (golden) oriole = wielewaal (Lat) Orilus oriolus , daarnaast ook andere vogels van de Orilida– familie
(AmE) (Baltimore) oriole = baltimoreroepiaal (Lat) Icterus galbula), ook andere felgekleurde vogels van het geslacht Icterus
In het Dictionary of Birds of the United States van Joel Ellis Holloway (2003) worden 9 soorten genoemd
(Bullock’s oriole, hooded oriole, Baltimore oriole, Audubon’s oriole, Altamira oriole, Scott’s oriole, spot-breasted oriole, streaked-backed oriole, orchard oriole)
Over de naamgeving “oriole” vermeldt het woordenboek: “the American orioles were so named because they looked like the European golden oriole”.
H.W. Horwill (Dictionary of American Usage): The [British] and [American] birds of this name belong to quite different families. The [British] oriole is of the family Oriolidae, but the [American] belongs to the Icteridae, closely allied to finches.”

(BrE) oriole
wielewaal
(BrE) oriole / golden oriole
(Lat) Orilus oriolus
(AmE) oriole
baltimore-roepiaal
(AmE) oriole
meestal: Baltimore oriole
(Lat) Icterus galbula

 

8d. blackbird
(BrE) blackbird = (Ned) merel (Turdus merula), een bosvogel van de familie der lijsterachtigen, die zich ook in tuinen, parken, etc. ophoudt
(AmE) blackbird = (Ned) ’troepiaal’: algemene naam voor vogels met donkere veren van de familie Icteridae (meer dan 100 soorten, met namen als epauletspreeuw, weidespreeuw, buidelspreew, koevogel, etc. ). Zie ook wikipedia (link).

In de Amerikaanse natuurgids The Nature Handbook worden in het hoofdstuk ‘Blackbird Zones’ drie soorten blackbirds omschreven, allen uit de troepialenfamilie (Icteridae):
(1) de yellow-headed blackbird (Xanthocephalus xanthocephalus, de ‘geelkoptroepiaal’, de grootste soort, in het centrale en en westelijke deel van de VS),
(2) de red-winged blackbird (Agelaius phoeniceus, de ‘epauletspreeuw’, een troepiaal die zich in de vegetatie vlak langs moerasrijke gebieden ophoudt, in geheel Noord Amerika)
(3) Brewer’s blackbird (Euphagus cyanocephalus, ‘Brewers troepiaal’, die zich iets verder van de waterkant begeeft).

Ook volgens het tweetalig woordenboek van Van Dale (4e editie) worden met de Amerikaanse blackbird de Icteridae bedoeld, de familie van de “troepialen”, en het vermeldt als voorbeeld de wielewaalachtige koevogel/koespreeuw (geslacht Molothrus), bootstaart (geslacht Quiscalus).
N.B.: Van Dale (4e editie) noemt ook de Agelaius phoeniceus (epauletspreeuw), maar geeft daaraan ten onrechte de Nederlandse naam ‘ koperwiek’ (de Turdus iliacus, die net als de merel een lijsterachtige is)

In Alfred Hitchcocks film The Birds, gesitueerd in Californië, geeft een ornitologe uitleg over de (West-Amerikaanse) blackbird (= Brewers Blackbird, de Euphagus cyanocephalus). Melanie Daniels vraagt “Is there a difference between crows and blackbirds?“, waarop de ornitologe, Mrs Bundy, zegt: “There is very definitely a difference, Miss. (…) The crow is brachyrhynchos. The blackbird is cyanocephalus.”

N.B. Deze passage komt overigens niet voor in het oorspronkelijke verhaal van Daphne du Maurrier (gesitueerd in het Britse Cornwall) .

Van deze Amerikaanse blackbird , waarvan weer een aantal verschillende Amerikaanse ondersoorten bestaan, is het mannetje zwart, met een rood ‘schoudergedeelte’. Het vrouwtje is kleiner en heeft bruinachtige veren. Ze lijkt wel wat op een grote mus.  De (redwing) blackbird heeft een agressieve territoriumdrift. En verder bouwt de redwing blackbird haar nest graag in mosterdplanten. De Amerikaanse blackbirds komen in grote groepen/zwermen voor, i.t.t. de solitaire Europese (Britse) blackbird. Het gezang van de Amerikaanse blackbird is veel minder melodieus en gevarieerd dan dat van de Europese/Britse blackbird. Voor een uitgebreide beschrijving zie ook de website allaboutbirds.org (link)

In de in Californië gesitueerde boeken van John Steinbeck (zoals Unto a God Unknown, The Wayward Bus, en The Red Pony) gaat het specifiek om de redwing blackbird, die in het Nederlands ook wel ‘epauletspreeuw’ wordt genoemd (Agelaius phoeniceus).

Voorbeelden van (BrE) blackbird:
There was an image of (…) early morning blackbirds which would be at their rowdiest now. (Frances Fyfield, The Nature of the Beast, ch. 5)
The bird song grew louder, the blackbirds loudest, indifferent to competition. (Frances Fyfield, The Nature of the Beast, ch. 12)

Voorbeelden van (AmE) blackbird:
Timothy leaned down and picked up a green walnut. He tested it with his thumb and then shied it at a blackbird sitting on a fence wire. (The Grapes of Wrath, ch. 22)
“I seen the blackbirds on the wires,” said Pa. “Settin’ so close together (…).” (The Grapes of Wrath, ch. 22)
The red-wing blackbirds massed their squadrons and practiced at maneuvering in the fields. (Unto a God Unknown, ch. 8)

The blackbirds swarmed and flew away in twinkling clouds and doves sat mourning on the fences for a while and then disappeared during a night. (Unto a God Unknown, ch. 14)
The redwing blackbirds built nests in the mustard stems. (Unto a God Unknown, ch. 22)
On the fences the shiny blackbirds with red epaulets clicked their dry call. (The Red Pony, uit het verhaal The Promise)
– Two blackbirds were driving [the hawk] down the sky, glittering as they attacked their enemy. (The Red Pony, uit het verhaal The Gift)
The mustard stood seven feet high in the late spring, and red-winged blackbirds built their nests under the yellow flowers. (The Wayward Bus, ch. 14)
(…) fireworks caused more than 4,0000 red-winged blackbirds in Beebe, Ark. to fall dead from the sky on New Year’s Eve. (Time magazine 17 jan. 2011)

(BrE) blackbird
(BrE) blackbird
(Ned) merel
(Lat.) Turdus merula

(AmE) blackbird
(AmE) blackbird
(Ned) koevogel
(Lat. genus) Molothrus

(AmE) blackbird
(AmE) blackbird /
Brewer’s blackbird
(Ned) Brewers troepiaal
(Lat) Euphagus cyanocephalus

red-winged blackbird
(AmE) red-wing(ed) blackbird
(Lat) Agelaius phoeniceus
(Ned) epauletspreeuw,
roodschoudertroepiaal


(AmE) yellow-headed blackbird
(Lat) Xanthocephalus
xanthocephalus
(Ned) geelkoptroepiaal

(AmE) tricolored blackbird

(Lat.) Agelaius tricolor

(Ned.) driekleurtroepiaal

Voorbeeld van vergelijking tussen de Britse/Europese ‘blackbird’ en de Amerikaanse ‘robin’:
“In its habits and manners the blackbird strikingly resenmbles our American robin, and indeed looks exactly like a robin, with a yellow bill and coal-black plumage,. It hops everywhere over the lawns, just as our robin does, and it lives and nests in the gardens in the same fashion. Its song has a general resemblance to that of our robin, but many of the notes are far more musical, more like those of our wood thrush.” (Theodore Roosevelt, An Autobiography, chapter IX, page 336, published by the MacMillan Company, 1914)

Vertaaltips en dilemma’s
Een bekend voorbeeld van het gebruik van het Brits-Engelse woord ‘blackbird’ dat voor een Amerikaans publiek vreemd overkomt is te vinden in het lied “Blackbird” van de Beatles. Voor Amerikanen die niet bekend zijn met het rijke en melodieuze gezang van de Europese blackbird (merel), soms in het holst van de nacht, is het een mysterie wat de betekenis is van een blackbird “singing in the dead of night”. Een Amerikaanse blog-schrijfster verwoordde haar aanvankelijke verbazing  als volgt:
The lyrics of the Beatles’ Blackbird song used to puzzle to me. What blackbird sings in the dead of night?  In eastern North America I didn’t know of any blackbirds that did that.
My worldview was too small.  North American blackbirds are icterids: Brewer’s, red-winged, rusty, tri-colored and yellow-headed.  In England common blackbirds are thrushes, a single species Turdus merula similar to the American robin.
The common blackbird’s song is complex, varied and beautiful.   His syrinx allows him to sing two songs simultaneously and even harmonize with himself.  In the video above he starts out loudly on a perch, then drops to the ground and whisper-sings just like a robin.  Like our robins he also sings at night.
Common blackbirds rival wood thrushes for virtuosity and grace notes. (link)
Vertaalproblemen:
In onderstaande tekstfragmenten wordt met (AmE) blackbird de “epauletspreeuw” bedoeld. In de vertalingen is dit niet terug te vinden.“I seen the blackbirds a-settin’ on the wires”, said Pa. > Ik zag de merels op de telegraafdraden zitten”, zei vader. (De Druiven der Gramschap, hfdst 22, vertaald door Alice Snijder, uitgeverij L.J. Veen Klassiek)
Timothy leaned down and picked up a green walnut. He (…) shied it at a blackbird sitting on a fence wire. > Timothy bukte en raapte een groene walnoot op. Hij (..) keilde hem naar een merel die op een ijzerdraadomheining zat. (De Druiven der Gramschap, hfdst 22)
– The mustard stood seven feet high in the late spring, and red-winged blackbirds built their nests under the yellow flowers. >
“Het mosterdzaad stond meer dan twee meter hoog in de late lente en roodgevleugelde merels bouwden hun nest onder de gele bloemtjes.” (De Verdoolde Bus vertaald door E.D. Veltman-Boissevain)
– The red-wing blackbirds massed their squadrons and practiced at maneuvering in the fields. > “De roodgevleugelde merels vormden hun esquadrons en oefenden in het manoeuvreren boven de velden.” (Aan een Onbekende God, hfdst 8, vertaald door E.D. Veltman-Boissevain)
The blackbirds swarmed and flew away in twinkling clouds and doves sat mourning on the fences for a while and then disappeared during a night. > “De merels
zwermdenen vlogen weg in tintelende wolken en de duiven zaten een tijdlang te treuren op de hekken om dan in één nacht te verrdwijnen.” (Aan een Onbekende God,hfdst 14, vertaald door E.D. Veltman-Boissevain)
The redwing blackbirds built nests in the mustard stems.
> “De roodgevleugelde merels bouwden nestjes tussen de stengels van het mosterdzaad.” (Aan een Onbekende God, hfdst 22, vertaald door E.D. Veltman-Boissevain)
On the fences the shiny blackbirds with red epaulets clicked their dry call. > “Op de hekken stootten de glanzende koperwieken met roode epauletten hun roep uit.” (De Roode Pony, uit het verhaal De Belofte, vertaald door Jac. van der Ster)
– Two blackbirds were driving [the hawk] down the sky, glittering as they attacked their enemy. > “Twee lijsters dreven hem omlaag, blinkend toen ze hun vijand aanvielen.” (De Roode Pony, uit het verhaal Het Geschenk, vertaald door Jac. van der Ster)
After a while Armand heard Richie yell out”There’s some!” and turned to see land a flock of birds Armand recognized rising out of an old willow on the bank. Blackbirds. > (…) Zelfs Armand wist wat het waren: merels. (Elmore Leonard, Killshot, vertaald door Theo Horsten, “Killers”, hoofdstuk 6)
I said, “I don’t want to be no owl, I want to be a blackbird.’ (…) Carmen said, “Who wants to be a blackbird?” > Ik zeg tegen haar: “ik wil helemaal geen uil worden, ik wil een merel worden.” (…) “Wie wil er nou ook een merel worden?” zei Carmen. (Elmore Leonard, Killshot, vertaald door Theo Horsten, “Killers”, hoofdstuk 6)
De ‘epauletspreeuw’ is geen ‘merel’ (een lijsterachtige, lid van de familie Turdiae), maar ook geen echte ‘spreeuw’ (Sturnidae). De Europese spreeuw  (‘starling‘) komt wel in Noord-Amerika voor, maar is geen inheemse Amerikaanse soort. De Europese werd eind 19e eeuw in Noord-Amerika geïntroduceerd en komt er nu vrij algemeen voor. De term ‘epauletspreeuw’ is een naam die te danken is aan de gelijkenis die gedrag van deze vogel vertoont met dat van de Europese spreeuw.De beste vertaling is hier dan ook ‘epauletspreeuwen’,  of ’troepialen’. De vertaling ‘roodgevleugelde merels’ of “lijsters” leidt tot verwarring omdat deze vogels andere gedragingen kennen en associaties oproepen. In hoofdstuk 22 van Steinbecks The Grapes of Wrath symboliseren de vogels, die in grote groepen uitzwermen, de ‘immigranten’ die naar Californië trekken. (link). De in Van Dale (4e editie) vermelde vertaling ‘koperwiek’ is om dezelfde reden niet op zijn plaats, hoewel de “rode epauletten” beter bij deze vogel passen dan bij de merel, en daarom minder strijdige associaties oproepen bij een Nederlands lezerspubliek. Om de symbolische betekenis te behouden valt er iets voor te zeggen om voor een Nederlands lezerspubliek, dat wellicht niet bekend is met de ’troepiaal’, de vertaling ‘spreeuw’ te gebruiken.

 

8e. partridge / pheasant
(BrE) patrijs (geslacht Perdix, meestal Perdix perdix, ook geslacht Alectrus)
(AmE) algemene naam voor jachtvogels zoals de kraaghoen (Bonasa umbellus), of boomkwartel (Colinus virginianus, ook bobwhite quail genaamd); in het noordoosten van de VS is het de naam van een kwartelsoort, de bobwhite quail, en in Virginia is het een hoendersoort die ook wel ruffed grouse wordt genoemd)

(BrE) partridge
(BrE) partridge
(AmE: gray partridge, Hungarian partridge)
(Ned) patrijs
(Perdix perdix)

(AmE) partridge
(AmE) partridge
(AmE also:) ruffed grouse, ‘old ruff’)
(Ned) kraaghoen, gekraagd sneeuwhoen
(Bonasa umbellus)

(AmE) partridge
(AmE) partridge
(AmE also:) bobwhite quail,
common bobwhite, eastern bobwhite
(Ned) (Virginische) boomkwartel, colijnhoen
(Colinus virginianus)

H.L. Mencken, in The American Language, beschrijft “partridge’ als een voorbeeld van een woord dat in het Amerikaans een nieuwe betekenis kreeg:
“In England partridge is applied only to the true partridge (Perdix perdix) and its related varieties, but in the United States it is also often used to designate the ruffed grouse (Bonasa umbellus), the common quail (Colinus virginianus), and various other tetraonid birds. This confusion goes back to colonial times.”
H.W. Horwill (Dictionary of American Usage):
“According to Webster, this word, when used without qualification, denotes in the Northeastern States the ruffed grouse, and in the Southern parts of the Western States the bobwhite. With a qualifying word, such as mountain, Gambel’s, Massena, &c., it is applied to the other members of the sub-family (Odontophorinae) to which the bobwhite belongs.”
Vergelijk H.W. Horwill’s opmerking bij ‘pheasant’:

“According to the Century Dictionary, in the Southern and Middle States this word denotes the ruffed grouse.”

8f. buzzard / hawk
De termen ‘hawk’ en ‘buzzard’ worden in het BrE en AmE voor lokaal bekende roofvogelsoorten gebruikt, die taxonomisch eigenlijk niet bij elkaar horen.
(BrE) buzzard = buizerd: algemene benaming voor een vogel uit de Buteo-familie = AmE: ‘hawk’ , en meer specifiek de ‘common buzzard’ = Buteo buteo, (AmE) Buteo hawk
(AmE) buzzard = (1) algemene benaming voor de Amerikaanse ‘gier’; (2) meer specifiek de kalkoengier, met name de American black vulture en de turkey vulture = turkey buzzard; (3) ook een laatdunkende naam voor roofvogels die in bepaalde delen van de VS als een plaag worden beschouwd, bijvoorbeeld de ‘chickenhawk’ (= red-tailed hawk, Cooper’s hawk) en de duck hawk (= peregrine falcon)

Voorbeelden (AmE) buzzard = vulture :
– (…) when a cow was sick the great ugly turkey buzzards sat on the old fence waiting for death” ( John Steinbeck,The Wayward Bus, hfdst 14).
– Upon the vast plain or the desert the flight of a buzzard may pass unnoticed, for the buzzard belongs to the landscape. (Louis L’Amour, Heller with a Gun, chapter 1)
They never had time to come see him, but now they’re circlin’ like buzzards. (John Grisham, Sycamore Row)
“But why should there be buzzards here? They only come when something is dead.” (Michael Crichton, The Andromeda Strain, chapter 1)
– The buzzards had landed  during the night, and were thickly clustered around the bodies.  (Michael Crichton, The Andromeda Strain, chapter 6)
“And look at the other bodies. Even where the vultures  have chewed at the flesh: no bleeding.” (Michael Crichton, The Andromeda Strain, chapter 7)
– the hawks and buzzards circling in the blue prairie sky. (…) he saw a great cloud of buzzards over the place where the horse lay. (Larry McMurtry, Lonesome Dove, chapter 65)

Voor een uitgebreide lijst van vogels die als (BrE / AmE) ‘buzzard’ worden aangeduid, zie wikipedia (link).


(BrE) buzzard,
common buzzard
(AmE) Buteo hawk
(Ned) buizerd
(Lat.) Buteo buteo


(BrE) rough-legged buzzard
(AmE) rough-legged hawk
(Ned) ruigpootbuizerd
(Lat.) Buteo lagopus


(AmE) buzzard,
turkey vulture, turkey buzzard
(Ned) kalkoengier
(Lat.) Cathartes aura

In AmE worden alle Accipiter soorten (Ned. haviken en sperwers ) en Buteo-soorten (in BrE: buzzard / Ned. buizerd) die in Amerika voorkomen met ‘hawk’ aangeduid.
“In the Americas (and other areas) the term [hawk] includes small to medium-sized members of the Accipitridae – the family which includes the “true hawks”as well as eagles, kites, harriers and buzzards.” (zie: wikipedia link)
In BrE worden de Buteo-soorten met ‘buzzard’ aangeduid, en de Accipiter soorten met ‘goshawk’ (valk, Accipiter gentilis) en
‘sparrowhawk’ (sperwer, Accipiter nisus)..
In Holloway’s Dictionary of Birds of the United States (2003) worden volgende Buteo-soorten genoemd:
Buteo albicaudatus = white-tailed hawk
Buteo albonotatus = zone-tailed hawk
Buteo brachyurus = short-tailed hawk
Buteo jamaicensis = red-tailed hawk
Buteo lagopus = rough-legged hawk (BrE: rough-legged buzzard)
Buteo lineatus = red-shouldered hawk
Buteo platypterus = broad-winged hawk
Buteo regalis = ferruginous hawk
Buteo solitarius = “Io hawk, Hawaiian hawk
Buteo swainsoni = Swainson’s hawk
Ook in AusE, NzlE, IndE, ZafrE en andere varianten van het Engels wordt de term ‘hawk’ in het algemeen spraakgebruik voor regionaal bekende roofvogelsoorten gebruikt, die taxonomisch eigenlijk niet bij elkaar horen. Zie ook wikipedia link

8g. woodcock = houtsnip
(BrE) Scolopax rusticola  x  (AmE) Philohela minor (= de kleinere ‘Amerikaanse houtsnip’)

8h. Vogels die een verschillende BrE en AmE naam hebben.
In veel gevallen gaat het hierbij om vogels die in zowel Amerika als Europa voor het wildbeheer en/of de jacht belangrijk zijn. (Bron: Elsevier’s Dictionary of the World’s Game and Wildlife)

Ned. BrE AmE  

Alpensneeuwhoen

(Lat.) Lagopus mutus

ptarmigan rock ptarmigan

moerassneeuwhoen

(Lat.) Lagopus lagopus

willow grouse willow ptarmigan

waterhoen

(Lat.) Gallinula chloropus

moorhen*, water hen

common gallinule,

Florida gallinule

common moorhen

grote zilverreiger

(Lat.) Casmerodius albus,

Egretta alba

great white egret

great egret,

American egret

anhinga,

Amerikaanse slangehalsvogel

(Lat.) Anhinga anhinga

American darter,

(American anhinga)

anhinga,

water turkey

ijseend

(Lat.) Clangula hyemalis

long-tailed duck* oldsquaw

grote zaagbek

(Lat.) Mergus merganser americanus

goosander

common merganser,

American merganser

geoorde fuut

(Lat.) Podiceps nigricollis

black-necked grebe eared grebe

ijsduiker

(Lat.) Gavia immer

great northern diver common loon

geelsnavelduiker

(Lat.) Gavia (immer) adamsii

white-billed diver yellow-billed loon

parelduiker

(Lat.) Gavia arctica

black-throated diver arctic loon

roodkeelduiker

(Lat.) Gavia stellata

red-throated diver red-throated loon

kleine goudplevier,

Aziatische goudplevier

(Lat.) Pluvialis dominica

lesser golden plover ,

(American golden plover)

golden plover

zilverplevier

(Lat.) Pluvialis squatarola

grey plover black-bellied plover

rosse franjepoot

(Lat.) Phlaropus fulicarius

grey phalarope red phalarope

grauwe franjepoot

(Lat.) Phalaropus lobatus,

Lopides lobatus

red-necked phalarope*

(northern phalarope)

[deze naam wordt niet

in Holloway’s Dictionary

genoemd]

stormmeeuw

(Lat.) Larus vanus

common gull mew gull

drieteenmeeuw

(Lat.) Rissa tridactyla

kittiwake black-legged kittiwake

kleine jager

(Lat.) Stercorarius parasiticus

arctic skua parasitic jaeger

middelste jager

(Lat.) Stercorarius pomarinus

pomarine skua pomarine jaeger

kleinste jager

(Lat.) Stercorarius longicaudus

long-tailed skua long-tailed jaeger

(Atlantische) papegaaiduiker

(Lat.) Fratercula arctica

puffin

common puffin,

Atlantic puffin

dikbekzeekoet

(Lat.) Uria lomvia

Brünnich’s guillemot thick-billed murre

kleine alk

(Lat.) Alle alle,

Plautus alle

little auk dovekie

raaf

(Lat.) Corvus corax

raven

common raven,

northern raven

ruigpootbuizerd

(Lat.) Buteo lagopus

rough-legged buzzard rough-legged hawk

(Amerikaanse) blauwe kiekendief

(Lat.) Circus cyaneus hudsonius

American hen harrier

marsh hawk,

northern harrier

Laplanduil,

baarduil

(Lat.) Strix nebulosa

Lapland owl great gray owl

ruigpootuil

(Lat.) Aegolius funereus

Tengmalm’s owl boreal owl

stern, visdiefje

(Lat.) Sterna hirundo

(Not mentioned in Elsevier’s)

scray (common) tern

mees

(Lat. genus: Parus)

(Not mentioned in Elsevier’s)

tit chickadee, titmouse  

bobolink, rijsttroepiaal

(Dolichonyx oryzivorus)

bobolink* (ook:) ricebird  

 

9. chicken / fowl / hen / cock / rooster
(AmE) chicken is zowel een jonge kip (ook BrE chicken) als een volwassen kip (BrE: fowl, hen)

cock / cockerel / (AmE) rooster
(BrE) cock* = (AmE) rooster = haan
(BrE) cockerel* = (AmE) young rooster = jong haantje
Net als in het Brits-Engels soms de term ‘cockerel’ wordt verkozen boven ‘cock’ (bijvoorbeeld om de afbeelding van en windhaan aan te duiden tijdens een veiling in het BBC-programma Bargain Hunt) wordt ook in AmE de term cock vaak  door preutsheid vermeden als aanduiding  voor ‘haan’.

Voorbeelden van (AmE) rooster, naast het gebruik van cock:
“One morning [Joseph Wayne] awakened when the chorus of young roosters crowed on their perches. (…) He heard the older cocks crowing with full rounded notes as though reproving the younger ones for their cracked thin voices.” (John Steinbeck, To a God Unknown (1933), chapter18)
– A man named Santiago who trained fighting cocks, the roosters with their thighs shaven (…). (Elmore Leonard, Out of Sight, chapter 9)

10. langpootmug = (BrE) daddy long legs/ (AmE) crane fly
Vergelijk: harvestman = ‘hooiwagen’, spinachtige van het geslacht Phalangida, die in de VS soms ook wel (oneigenlijk) ‘daddy long legs’
wordt genoemd.
In Australië wordt de term ‘daddy long legs’ daarnaast ook nog oneigenlijk gebruikt voor de trilspin (Pholcus phalangioides) en andere spinnen uit dezelfde familie (Pholcidae)

Tipulidae
(BrE) daddy long legs
(AmE) crane fly
(Ned.) langpootmug
(Lat) Tipulidae
Opiliones
(AmE ook, oneigenlijk) daddy longlegs
(AmE/BrE) harvestman / harvest spider
(Ned.) ‘hooiwagen’, ‘bastaardspin’
(Lat) Opiliones, Phalangida


(AuSE also:) daddy longlegs
(Ned.) trilspin
(Lat.) Pholcus phalangioides

Gerris gibbifer
(BrE) pond skater
(AmE) water rider
(Ned) schaatsenrijder, Gerris gibbifer

 

11. pissebed, keldermot
pissebed = (AmE) sow bug / (BrE) woodlouse / (ScotE/AusE/NzE) slater = gewone, niet oprollende soort pissebed (Lat: Isopod)
De termen r
oly poly / pill bug is een verwante, oprollende soort en wordt soms oneigenlijk gebruikt als vertaling van ‘pissebed’

Isopod Oniscoidea
sow bug
/ woodlouse / slater
(Lat. geslacht: Isopod Oniscoidea)

Armadellidium vulgare
roly poly / pill bug (Armadellidium vulgare);
oprollende soort pissebed

 

12. (AmE) horsefly / (BrE) cleg (= brems /daas/ paardenvlieg)
De term wordt soms (oneigenlijk) gebruikt als vertaling voor ‘horzel’ (= gadfly, Lat.: Tabanidae)

gadfly
gadfly
  = horzel
(BrE) cleg / (AmE) horsefly
(BrE) cleg / (AmE) horsefly (allerlei geslachten)

 

13. (AmE) levee = (rivier)dijk = sea wall / river embankment / dike
In John Steinbeck’s The Grapes of Wrath worden levee / embankment / bank als synoniemen gebruikt.

14. creek
(BrE) creek = kreek, baai, getijdenstroom(pje), getijdenriviertje, getijdeninham, zeeinham
(AmE) creek = rivier(tje), stroom, beek, rivier(tje),  (Horwill: “a small stream”)

(AmE) creek is de algemene term voor toevoersriviertjes van grotere rivieren (zoals de Mississippi, Missouri, Potomac, etc.). Het zijn natuurlijke waterstromen of -stroompjes. Ze kunnen droog staan, de grootte hebben van een kabbelend beekje, of opzwellen tot flinke, snelstromende rivieren.  Het kunnen flinke, kolkende waterstromen zijn, met dammen en sluizen, en tientallen kilometers lang. Zoals bijv. Goose Creek (officieel aangeduid als een “Virginia State Scenic River”). Afhankelijk van de omstandigheden kan (AmE) creek vertaald worden met, stroompje, beek, riviertje, of rivier

H.W. Horwill (Dictionary of American Usage, 1935, 1946) citeert een toelichting van Prof. G.H. Palmer bij het afwijkende gebruik van ‘creek’ in het grootste deel van de VS, vergeleken de het traditionele Britse betekenis die volgens hem nog in New England voortbestond:

“West of New York, everything that runs is a ‘creek’. Brook, as a spoken word, is gone – the most regrettable loss the English language has suffered in America. With us [in New England, as in Britain] a creek does not run, but is a crack or inlet of the sea‘ (…) The claim Prof. Palmer thus makes for New England, as retaining the [British]  use of the word creek, needs to be discounted by the fact that M.M. Matthews (…) notes an example in New England official records, as early as 1638, of its use in the sense of a stream. However that may be, in most of the U.S. today a creek is a small stream.”

(IntE) “brook” / (AmE)  “creek” = klein, natuurlijk riviertje, stroompje.
Zie bijvoorbeeld het boek “The Green Ripper” van John D. MacDonald uit 1975, waarin “creek” en “brook” naast elkaar worden gebruikt:
I slid down a steep bank into a tumbling brook (…), picking up a rock a little bigger than a baseball (…). I came to a second creek. (chapter 13: in dit hoofdstuk wordt “brook” 3 keer gbruikt, en “creek” 6 keer)

Voorbeelden van (AmE) creek:
They used to go to fish at a place on the rivers near here. Well, it’s not much more than a creek really. (David Baldacci, King and Maxwell, ch. 46)
I’m trying to find a creek I’d come across the day before a hundred yards or so through the woods. (John Grisham, The Partner, ch. 23)
The bridge was (…) spanning a nameless, narrow creek choked with kudzu and crawling with cottonmouths. (John Grisham, Sycamore
Row, ch. 1)
The road crossed a tiny, raised bridge over a meandering creek. (Stephen Frey, The Insider, p. 18)
– She (…) poured herself two inches of whiskey that looked no more potent than creek water. (Elmore Leonard, The Hot Kid, chapter 11) > compare (IntE) ditch water = (Ned) slootwater
There were many streams, their names singing a sort of wild saga, filled with poetry. Lance Creek (..), Old Woman Creek (…). (Louis L’Amour, Heller With a Gun, chapter 5)
– She walked back, going a little out of her way to look at the bushes along the creek. (Louis L’Amour, Hondo, chapter 11)
She was afraid of the creek. (…) [H]is voice [caried] easily across the small stream. (Louis L’Amour, Hondo, chapter 16)
Chip was riding down to that singing and yelling river. (…) And in front of him was the mighty roar and the foam of the creek. (Max Brand, Trouble Range, chapter 11)
“Why that ain’t a river, it’s just a creek,” Dish said. (Larry McMurtry, Lonesome Dove, chapter 33)
there was a little river running down the middle of the gully, though the gully had been dry when they rode up. (…) Roscoe just sat, hoping that the little creek that filled the gully wouldn’t rise enough to drown them. (Larry McMurtry, Lonesome Dove, chapter 52)
Alarmingly to Pea, the creek had become a river, more than deep enough to swim a horse. (Larry McMurtry, Lonesome Dove, chapter 94)
The country was beautiful, with plenty of grass and timber enough in the creek bottoms for building a house and corrals. (Larry McMurtry, Lonesome Dove, chapter 98)

In staten als Ohio en (West) Virginia komt ‘run’ ook veel voor, bijvoorbeeld in de naam van de beroemde rivier Bull Run (a.k.a. Occoquan River, een zijtak van de Potomac in de staat Virginia) waar in de Amerikaanse Burgeroorlog een belangrijke veldslag plaatsvond).

H.W. Horwill (Dictionary of American Usage):
“For the American use of ‘run‘ to denote a certain kind of stream, see the following quotation. Writing of the neighbourhood of Boston, Prof. G.H. Palmer says: ‘Our largest current is Topshield River; in the second grade of things that flow we put our many brooks; and that which runs swiftly a part of the year, and shows a dry bed for the remainder we fittingly call a run‘ (Life of Alice Freeman Palmer, 277). The word is used in this sense in the name of Bull Run, the scene of two battles of the Civil War.”

In BrE komt het woord ‘creek’ in de betekenis van ‘riviertje’ van oudsher ook voor in de naam van een aantal getijdenriviertjes van de Theems
Daarmee lijkt het erop dat de oude Britse betekenis in het AmE is overgenomen en is blijven voortbestaan in zijn algemene betekenis van een “stromend (getijden)riviertje” dat periodiek droogvalt (in AmE als gevolg van zomerse droogte), terwijl deze betekenis in het moderne BrE is verdwenen.

Voorbeelden van (BrE) creek (= getijdenriviertje):
At Fowey, “several pleasant creeks are formed by the sea, on whose sides several villas command attention.” (Guide to All the Watering- and Sea-Bathing Places, 1803, p. 204)
“Properly speaking, Lyme [Regis] has neither creek nor bay (…); yet it has a harbour of the most singular construction.(Guide to All the Watering … Places, p. 232)

He wanted the boy to love the creeks as he loved them. When the tide went out, water crept away through all these channels, leaving a trickle of rivers, with good shallow pools for swimming, safe as houses until the tide came roaring back and filled the gullies. When the tide was low, there was a playground of soft and sinking sand; when high, a riot of swift, deep water. (Frances Fyfield, Shadows on the Mirror, Foreword) [Vertaald in “Schaduwen op de Spiegel”: Hij wilde dat het jochie net zo van de kreken hield als hij.”]
‘Where did the boy find them?’- ‘Out in the channels, stuck in the sand-banks, down in a hole, he said. Little bugger used to be frightened of the water, now he can’t get enough of it. Loves them creeks (…). Walks up there at low tide. (…) ‘In the creeks, right out by the sea. You can walk all the way out there.’ (Frances Fyfield, Shadows on the Mirror, chapter 9)
– [T]he water was relatively empty, the tide low, leaving acres of mud and sand exposed between the swift channels of water running in between the banks. (…)
a bleak view of colourful earth and muddy rivulets, filling with tide (…). Absently, he removed his shoes before wading across the nearest channel to the opposite bank (…). ‘Mister, don’t go far up the creeks, Mister. ‘The tide’s turned, see?’ (Frances Fyfield, Shadows on the Mirror, chapter 13)

De omslag van een aantal edities van het boek The Frenchman’s Creek(1941) van de Britse auteur Daphne du Maurier, geeft ook een duidelijk beeld van de BrE betekenis van ‘creek’ (zeeinham). Zie bijvoorbeeld deinternet-link  naar één van de edities van dit boek. Het verhaal is hoofdzakelijk gesitueerd aan de kust van Cornwall en handelt over een geheimzinnige Franse piraat die zijn thuishaven heeft gevonden in een baai aan de monding van de Helford River.
“There are seven creeks on the Helford, from west to east these are Ponsontuel Creek, Mawgan Creek, Polpenwith Creek, Polwheveral Creek, Frenchman’s Creek, Port Navas Creek, and Gillan Creek, the best known of which is Frenchman’s Creek, made famous by Daphne du Maurier in her novel of the same name.” (link)

 

Bow Creek = a small river that empties in the Thames, east of East India Docks. Het vormt het laatste gedeelte van de River Lea: “the final 2.25 miles (3.62 km) are known as Bow Creek (…). The river is one of the oldest navigations in the country, but the creek is tidal, providing insufficient depth for navigation at low tide.”

(zie wikipedia, link)

Deptford Creek = the “tidal reach” of the River Ravensbourne where it empties into the River Thames at Deptford. Bij Deptford Bridge, ongeveer op de plaats waar zich het station van de District Light Railway (DLR) bevindt, verandert de naam van de Ravensbourne River in Deptford Creek. Het vormt het laatste deel van een toevoerrivier van de Theems dat onder invloed staat van de getijden; bij hoogtij is het tot 7 meter diep, bij laagtij valt de rivierbedding praktisch droog en kan men er doorheen lopen. (zie wikipedia, link)
Barking Creek = het laatste deel van de River Roding dat uitmondt in de Theems en dat onder invloed staat van de getijden (zie wikipedia, link) werd in 1865 de locatie van een pompstation voor het Londense rioolverwerkingssysteem, the Northern and Southern Outfalls
Chelsea Creek (a.k.a. Counter’s Creek, link)
Yantlet Creek = een getijdenriviertje tussen de River Medway en de monding van de Theems dat vroeger bij hoogtij een diepte van c.a 2,5 meter bereikte en als doorvoerroute voor binnenschepen dienst deed, om zo een omweg via open zee te vermijden.
Bill Meroy Creek = toevoerstroompje van de Theems ten oosten van Tilbury Fort (link)
Colemouth Creek = een getijdenstroompje bij de monding van de River Medway

In Our Mutual Friend (1864-5) van Charles Dickens komt ‘creek’ in deze BrE betekenis voor wanneer John Harmon onder zijn schuilnaam Mr Julius Handford in Londen arriveert en in een kamer in het Londense havengebied verblijft: “The room overlooked the river, or a dock, or a creek, and the tide was out” (hfdst 13)

Vertaaltips en dilemma’s:
(1) In vertalingen van (AmE) creek kan ‘rivier’ dus soms een betere aanduiding zijn dan ‘beek‘, bijv. in een zin als: “Heeft de beek uw huis meegesleurd?” (“The creek […] took out your house?”, i/h NOS-middagjournaal van 31 aug. 2011 n.a.v. overstromingen a.g.v. de orkaan Irene in de plaats Jamaica, Vermont, VS); in latere journaals werd de vertaling ‘beek’ veranderd in ‘rivier’.(2) Volgens Van Dale is de meest gangbare Nederlandse betekenis van ‘kreek’: “klein, smal, veelal stilstaand, niet gegraven water, dikwijls een inham van de zee, ook wel een overblijfsel van een overstroming of van de vroegere loop van een rivier; – een smal vaarwater tussen ondiepten of eilanden.” Alleen in Suriname heeft het woord ‘kreek’ de Amerikaanse betekenis: “kleine rivier”.In de volgende vertalingen van (BrE) creek in Schaduwen op de Spiegel van Frances Fyfield (Arbeiderspers, vertaald door Auke Leistra) is de vertaling ‘geul’, ‘slenk’, ‘kweldergat’ of ‘kwelderriviertje’ wellicht een goed/beter alternatief voor ‘kreek’. Zie bijv. de websites over Wadlopen in het getijdengebied van de Waddenzee (link). Fyfield zelf gebruikt overigens ook synoniemen als ‘channel’ en ‘gully’. In de beschrijving van een ‘kwelder’ gebruikt Wikipedia termen als ‘geulen’, ‘slenken’ en ‘kreken’, die begrenst worden door ‘kwelderwallen’. (link)
Hij wilde dat het jochie net zo van de kreken [‘kwelderriviertjes’] hield als hij.” (Voorwoord)
– Hij is gek op die kreken [‘kwelderriviertjes’] (…). Hij gaat er altijd heen bij laagwater. (…) Bij de kreken, vlak aan zee. Daar kun je helemaal heenlopen. (hfdst 9)
– Afwezig trok hij zijn schoenen uit, waarna hij de dichtstbijzijnde kreek [= ‘geul] doorwaadde naar de overzijde (…). (hfdst 13)
– De kleine waker van de kreken [‘kwelderriviertjes’] zag de lange figuur met grote passen doorlopen, langs de oevers [= zandbanken, ‘kwelderwallen’], langs het pad waar hij zelf de boot zou hebben genomen (…). (hfdst 13)
In de volgende vertalingen van (AmE) creek is het Nederlandse ‘kreek’ absoluut  onjuist:
– Ik vind een klein kreekje dat een meter of honderd verderop door het bos loopt. (hfdst 23, John Grisham, The Partner / De Partner, vertaald door Martin Jansen in de Wal & Jan Smit, 1997)
– De brug was niet meer dan een houten geval over een naamloze, smalle kreek. (hfdst 1, John Grisham, Sycamore Row / De Erfgenaam, vertaald door Jolanda te Lindert, 2013)

– there’s a little green line that appears to be a creek or bayou or something running behind his house. (…) The creek was nothing but a dry bed of sand and litter. > op de grens loopt een dunne groene lijn die blijkbaar een kreek, een bayou of iets anders aangeeft. (…) De kreek was een droge bedding van zand en afval. (John Grisham, The Client / De Client, vertaald door Jan Smit, 1994, hfdst 36)

 

14b. (BrE) eagre = tidal flood

15. sterrenbeelden
Grote Beer = Ursa Major = (BrE) Plough / Great Bear, the Wagon, Charles’s Wain = (AmE) Big Dipper / Great Dipper

16. Bull/steer/bullock (Ned.: stier / os)
Deze termen komen zowel in het Brits- als het Amerikaans-Engels voor.
In het algemeen gaat het bij vleesrassen om steers; deze dieren worden vroeg gecastreerd, vóórdat ze de typische eigenschappen van een volwassen stier vertonen, en zijn slachtrijp als ze ca. 2 jaar oud zijn.
De term bullock wordt door sommige woordenboeken (OALD) als synoniem beschouwd van steer en ox (voor ‘os’); Oxford Dictionary voegt daar aan toe dat dit alleen synoniemen zijn in algemeen, ‘los’ spraakgebruik (dus niet agrarisch) .
Andere woordenboeken (bijv. het Britse Black’s Veterinary Dictionary) gebruiken bullock voor een oudere gecastreerde stier (os) die al wat typisch mannelijke eigenschappen heeft (zie ook de slagersterm stag voor een ouder gecastreerd dier); maar dit gebruik lijkt in het Brits-Engels nu verouderd: in de Britse landbouw, en vleesindustrie, wordt bullock nu ook gebruikt voor hele jonge gecastreerde of niet-gecastreerde stieren. En in Australie is een bullock een algemene term voor een al dan niet gecastreerde volwassen stier voor de vleesproductie (zie: Saunders Veterinary Dictionary)
(BrE) bullock: soms jonge meststier (algemene term: bull calf), maar meestal oudere gecastreerde vleesstier tot een jaar of 2 oud (synoniem met steer); in ACA Farmers Handbook (Ierland) wordt een 1½-jarig gecastreerd slachtrijpe stier (ca. 450-520 kg) steer genoemd, en iets oudere/zwaardere dieren (ca. 610 kg) bullocks; op de BBC-website (link: www.bbc.co.uk/dna/h2g2/A604270) is een bullock een volwassen gecastreerde vleesstier.
(AmE) bullock: jonge gecastreerde (of ongecastreerde) vleesstier, tot 20 maand oud, bron: National Cattleman’s Beef Association, link, of tot circa 24 maand oud volgens Gillespie’s standaardwerk Modern Livestock and Poultry Production; voorheen (voor 1973) bull beef genoemd; bedoeld wordt in ieder geval de leeftijd waarop de bullockslachtrijp is, met de ideale gewichts/kwaliteitsverhouding.

Verschil met steer: de bullock is later gecastreerd, meestal na de 8ste maand, en heeft al wat typische stiereigenschappen: een staggy appearance;
de term stag wordt gebruikt voor een gecastreerde volwassen stier;
de term bullock wordt ook voor een ongecastreerde jonge vleesstier tot 24 maand oud (zie Gillespie);
na de 24ste maand heet de dan volwassen (vlees)stier: bull.

(AusE) bullock: oudere, al dan niet gecastreerde, vleesstier (levend gewicht vanaf 500 kg, grote bouw, relatief mager vlees, weinig vet, vaak bestemd voor de hamburgerindustrie, lagere kiloprijs, kan gebruikt worden voor dieren die 2 of meer permanente snijtanden hebben, volwassen dieren ouder dan 24 maanden, maar meestal ouder, afhankelijk van ras en voeding kan de volwassen leeftijd vaak na circa 3 jaar pas worden bereikt, “8-tooth bullock”, bestemd voor de slacht, bron: Australian Government website, link).

(BrE) steer: gecastreerde vleesstier ouder dan 1 jaar (yearling steer, zie BBC website),  oudere dieren heten bullocks  (zie boven); Saunders Veterinary Dictionary geeft dezelfde definitie, terwijl Black’s Veterinary Dictionary een leeftijd van 6 tot 24 maanden noemt.

(AmE) steer: volgens de Livestock Market Terms, een vleesstier vanaf circa 3 maanden (ook: steer calf) tot 2 jaar oud (ook: feeder steer) die is gecastreerd voordat hij ca. 6 maanden oud is, dus vóór de ‘puberteit’ waarna de typisch stiereigenschappen zich gaan ontwikkelen; volgens Gillespie (Modern Livestock and Poultry Production) vindt de castratie meestal in de 3e of 4e maand plaats, en beginnen de typische stiereigenschappen pas omstreeks de 8e maand te verschijnen: daarna heet de gecastreerde stier bullock.
Uitzondering: in het volgende citaat uit John Steinbeck’s roman To A God Unknown, is (AmE) steer synoniem met (IntE) bull calf:
– “Then Thomas knelt beside the bull calf. (…) Juanito untied the feet and the new steer scrambled up and hobbled lmely off to its mother.”

(AusE) steer: gecastreerde vleesstier, ouder dan 1 jaar (bijv.: yearling steer), meestal worden de zgn. feeder steers met een levend gewicht van 400 tot 500 kg in feedlotsafgemest gedurende 4 tot 5 maanden; het vlees is dan het meest gewild, de dieren hebben het “ideale” vetpercentage, ze zijn nog niet volgroeid, meestal hebben ze tot 4 vaste snijtanden; wanneer ze ouder zijn, met 6 tot 8 snijtanden, wordt het vlees minder courant.

De term ox/oxen (voor os/ossen als lastdier) is niet gangbaar in de (Westerse) landbouw.

 

17. pig/hog/etc.
(volwassen) varken = (BrE) pig, (AmE) hog (weight: from 120 pounds)
big (jong varken) = (BrE) piglet, (AmE) pig, shoat (weight: up to 120 pounds)

18. Externe links

 (Ned.) Dierenbescherming
(BrE) RSPCA: link
(AmE) ASPCA: link
(AmE) SPCA: link
Vergelijk (AmE) Humane Society
(BrE) RSPCA (AmE) SPCA (AmE) ASPCA

(Ned.) meteorologisch instituut, KNMI: link
(BrE) Meteorological Office: link
(AmE) weather bureau: lin
(AmE) 4-H Club Member: link
(Ned.) Plantenziektekundige Dienst: link
(BrE) Plant Health and Seeds Inspectorate: link
(AmE) Animal and Plant Health  Inspection Service: link

19. (AmE) alfalfa / (BrE) lucerne = ‘lucerne’ (landbouwgewas)
(BrE) alfalfa: vooral gebruikt als spruitgroente, voor de bereiding van garneringen en salades.
(AmE) alfalfa = (Lat.) Medicago sativa: gebruikt als veevoer.

20. koriander/cilantro:
(AmE) coriander = een specerij, zaadjes van de korianderplant (Coriandrum sativum)
(AmE) cilantro = (AmE) Chinese parsley: een keukenkruid, verse blaadjes van de korianderplant (Coriandrum sativum)
Zie: The Prentice Hall Dictionary of Culinary Arts
(BrE)  coriander: in de Britse keuken gebruikt men voornamelijk de verse blaadjes van de korianderplant

21. egg sizes
(BrE vroeger): 1 (tot 70 gram) tot 7 (tot 45 gram)
(BrE nu): small (t/m 45 gram), medium (t/m55 gram), large (t/m 65 gram), extra large (t/m 90 gram)
(AmE): jumbo, extra large, medium small

22. potplant, kamerplant
(BrE) pot plant = (AmE) potted plant*, house plant
(AmE) pot plant = marihuanaplant
N.B. Ook in het Brits Engels is men zich soms bewust van de dubbele betekenis van ‘pot plant’. In het BBC-programma Newsnight (23 aug. 2010) werd in een reportage over het belang van kamerplanten ‘pot plant’ met verschillende klemtoon uitgesproken om de 2 betekenissen te onderscheiden van potplant = potplant en pot plant = marihuannaplant.

(BrE) potplants

Voorbeeld (BrE) :
“[S]he was going away and would leave her the pot plants and her keys” (P.D. James, A Certain Justice, chapter 33)
Naast (BrE) pot plant komt inmiddels ook “potted plant” voor in het Britse taalgebied.
[H]is front garden [was] resplendent with potted plants (uit: de Britse krant The Daily Mail van 11 januari 2014)

She looked just like a potted plant. (Frances Fyfield, The Nature of the Beast, ch. 8)
(AmE) potted plant
heeft ook een figuurlijke, idiomatische/spreekwoordelijke betekenis = “useless”, “worthless”

Voorbeeld:
– I begin to feel like the proverbial potted-plant, stnading there. (Steve Martini, Compelling Evidence, chapter 7)

23. corn / Indian corn / maize
Fowler’s Modern English Usage (2004):
(BrE) corn = wheat or oats (tarwe of haver)
(AmE) corn = Indian corn = maize
De Britse betekenis van “corn” = “graan” in het algemeen, maar in de praktijk werd het synoniem met het belangrijkste graangewas van de respectievelijke landstreken. Voor Engeland werd “corn” daarom hoegenaamd synoniem met “wheat’, en in Schotland met “oats”. Zie ook H.W. Horwill in American Usage (waarin hij citeert uit de Oxford English Dictionary):
Corn, in Am., always denotes what in Eng. is called maize, or Indian corn. In the British Isles, ‘as a general term, the word includes all the cereals – wheat, rye, barley, oats, maize, rice, &c. Locally, the word, when not otherwise qualified, is often understood to denote that kind of cereal which is the leading crop of the district, hence in the greater part of Eng. corn = wheat, in North Britain and Ireland = oats’ (O.E.D.). Prof. Freeman points out (Impressions of the U.S.) that the American restriction of corn to Indian corn is analogous to the narrower use of beast among Eng. graziers and of bird among English sportsmen.”
Maïs (Zea mays) is een graansoort die oorspronkelijk uit Amerika komt. In de VS is maïs van oudsher dan ook het meest verbouwde landbouwgewas. Het werd door de eerste Engelstalige kolonisten Indian corn (‘Indiaans koren’ ) genoemd.
Volgens een 19e-eeuwse emigratiegids (The Emigrant’s Friend van Major Jones, 1881) werden in de VS de volgende productieresultaten behaald voor het jaar 1879 :

gewas aantal bushels totaal areaal in acres waarde in $
Indian corn (maïs) 1.547.901.790 53.085.450 580.486.217
wheat (tarwe) 448.756.630 32.545.950 497.030.142
oats (haver) 363.761.320 12.683.500 120.533.294
potatoes (aardappelen) 181.626.400 1.836.800 79.153.673
barley (gerst) 40.283.100 1.680.700 23.714.444
rye (rogge) 23.639.460 1.625.450 15.507.431
buckwheat (boekweit) 13.140.000 639.900 7.856.191

(AmE) corn is sindsdien een tijdlang synoniem geweest met (AmE) Indian corn.
Zie bijv. de 4e editie (1989) van de Oxford Advanced Learner’s Dictionary (OALD) , of Webster’s Unabridged Dictionary (2e editie, 1999), evenals Canadese woordenboeken zoals Nelson’s Canadian Dictionary, Oxford Canadian Dictionary.
De voor een Brit verwarrende betekenis van “Indian corn” blijkt uit een beschrijving van een Amerikaanse maaltijd door Charles Dickens in American Notes (1842) waarin hij het woord ‘Indian corn” gebruikt naast het woord “maize” alsof het om twee verschillende producten gaat: “there are a great many small dishes and plates upon the table, with very little in them: (…) slices of beet-root, shreds of dried beef, complicated entanglements of yellow pickle; maize, Indian corn, apple-sauce, and pumpkin.” (hfdst 11)
Tegenwoordig heeft Indian corn in de VS een andere betekenis gekregen, namelijk dat van een soort siermaïs dat bijvoorbeeld tijdens Thanksgiving wordt gebruikt. Zie de definitie in latere edities van de de OALD (6e ed. 2000, 7e ed. 2005, 8e ed. 2010, 9e ed. 2015): “a type of corn (maize) with large brown and yellow grains, not ususally eaten but sometimes used to make decorations, for example at Thanksgiving”. Zie ook onderstaande afbeelding:

(AmE) Indian corn

(AmE) Indian corn
Overlappend gebruik van (voornamelijk BrE) maize en (voornamelijk AmE) corn:
Het woord maize komt niet alleen in BrE voor, maar ook in AmE vakjargon (zie bijv. Webster’s Dictionary, 2e ed, 1999)
Daarnaast  bestaat het AmE sweet corn [los van elkaar geschreven!] in het BrE vakjargon als aanduiding voor een bepaald type maïs.
Verder komt (BrE) corn in de AmE betekenis (“mais”) voor in de woordcombinatie “corn flour“= (AmE) corn starch = (Ned.) maïsmeel, maizena.
De reden hiervoor is hoogstwaarschijnlijk dat het hierbij om een veelal uit de VS geïmporteerd product gaat.

De BBI Combinatory Dictionary of English (2009, 3rd expanded and revised edition) wijst er op dat (BrE) sweetcorn [aan elkaar geschreven!] tegenwoordig de betekenis van (AmE) corn heeft, en zelfs de voorkeur heeft boven (BrE) maize. De Usage Note vermeldt het als volgt:
“Nowadays BE seems to prefer ‘sweetcorn to ‘maize’ as the name for what Americans call ‘corn’. In AE and technical BE, ‘sweet corn‘ is a type of corn/maize.”

Vertaaltips en dilemma’s:
De Amerikaanse auteur Michael Crichton gebruikt in een passage van zijn roman “Timeline”, waarin een reis in de tijd naar een Middeleeuws Frans kasteel wordt gemaakt, de volgende omschrijving:
– Because mills that ground grain or corn never permitted any open fire or flame inside > (…) molens waarin graan of maïs werd gemalen (…) (Michael Crichton, Timeline, Ballantine Books, page 188, vertaald doorMarjolein van Velzen)
Opmerking:
Voor een vertaler zit er niets anders op dan (AmE) corn met ‘maïs’ te vertalen, ook al was dit landbouwgewas in de late Middeleeuwen in Europa nog niet bekend, en blijft het onduidelijk waarom Crichton het desondanks toch noemt. 

24. Holstein / Friesian (zie ‘Holstein’ in OALD)
Het OALD vermeldt dit als synoniemen (in AmE). Toch zijn het verschillende dieren.
Beide runderrassen zijn zwartbont, maar de Holstein staat o.a hoger op haar/zijn poten, en is daarmee beter geschikt voor machinale melkmethodes.

25. sea / ocean
Zie ‘sea’ in OALD (9e editie, 2015):

– In BrE, the usual word for the mass of salt water that covers most of the earth’s surface is the sea.
In NAmE, the usual word is the ocean: “A swimmer drowned in the sea/ocean this morning.”
– The names of particular areas of seas, however, are fixed: “the Mediterranean Sea”, “the Atlantic Ocean”.
Sea/ocean are also used to go to the coast on holiday/vacation.
– In NAmE, it is also common to say: “We’re going to the beach for vacation.”

Nog een voorbeeld van de AmE voorkeur voor ‘ocean’.
There are oil plumes below the ocean surface. (m.b.t. de olieramp in de Golf van Mexico, 2010)

26. coast / seaboard / seaside / seashore / shoreline / seashore
(AmE) West Coast, (AmE) (Mexican) Gulf Coast,
Maar:
(AmE/AusE) Eastern seaboard = oostkust (geografische aanduiding)
(AmE ook:) East Coast = meestal als aanduiding voor het bewoonde (stedelijke) gebied in de staten langs de oostkust, voornamelijk het Noord-Oostelijke deel: Boston MA, Washington DC, RI, CT, NY, NJ, DE, MD, DC, maar soms ook nog met de zuidelijker gelegen grote steden erbij.
De term is in die zin vergelijkbaar met het Nederlandse woord ‘Randstad’
Voorbeeldzin:

“A big part of his gang’s business was running cocaine from Miami to the major cities along the East Coast, primarily the southern leg – Atlanta, Charleston, Raleigh, Charlotte, Richmond, and so on.” (John Grisham, The Racketeer, chapter 13)
Ook in Britse (BBC) weerberichten komt overigens de term ‘eastern seaboard’ voor als het om de oostkust van de VS of Australië gaat, terwijl er in hetzelfde weerbericht wordt gesproken van de ‘eastern coast of England‘ , en de Engelse ‘south coast’.
Zie ‘coast’ in OALD (9e editie 2015):

seaside (especially BrE): an area that is by the sea, especially one  where people go for a day or a holiday. (…)
The seaside is British English; in American English, seaside is only used before a noun.

N.B. aan de Amerikaanse westkust in de staat Oregon ligt overigens de kustplaats “Seaside”:

27. elk, moose, wapiti

(BrE) elk / (AmE) moose
(BrE)
elk
(AmE) moose*
(Ned) eland
(Lat) Alces alces

(AmE) elk / (BrE) wapiti*
(AmE)
elk
(BrE) wapiti
(Ned) wapitihert
(Lat) Cervus elaphus canadensis


(AmE)
wapiti
(BrE) Manchurian wapiti*
(Ned) Mantsjoerijse wapiti
(Lat) Cervus canadensis xanthopygus

De Noord-Europese elk is een eland en wordt steeds vaker met de term ‘moose’ aangeduid, net als de Amerikaanse eland.
De Noord-Amerikaanse elk is het wapitihert = (AmE) elk / (BrE) ‘wapiti’ / (Lat.) Cervus canadensis is groter dan het Europese edelhert
(red deer, Cervus elaphus)
Zie de Usage Note in the BBI Combinatory Dictionary of English (3e editie, 2009):
“The European elk is the North American moose – though moose is now coming into use as an alternative for the European elk, too.
The North American elk, or wapiti, resembles the European red deer, but is larger.”
De Mantsjoerijnse wapiti (Manchruian wapiti, Lat.: Cervus canadensis xanthopygus ) is een Aziatische soort.
Een andere Aziatische wapiti-soort is de ‘Siberische  wapiti’ (Cervus canadensis sibiricus), ook wel Altai wapiti, Siberian wapiti, of Siberian elk genoemd .

28. puma, panther, mountain lion, cougar, mountain cat (Puma concolor), catamount, tiger

(AmE) cougar/ panther / (BrE) puma
(BrE) puma
(AmE) cougar, panther, painter, mountain lion, mountain cat, catamount, red tiger, etc.
(Ned.) poema
(Lat.) Puma concolor

 

(BrE) panther / (AmE) leopard*
(BrE) panther / leopard
(AmE) leopard
(Ned) panter, luipaard
(Lat.) Panthera pardus

 De term “panther” (panter) kan voor allerlei grote katachtigen worden gebruikt. Ook de leeuw en tijger, en jaguar zijn lid van de Panthera familie. In het Nederlands wordt vooral de Aziatische Panthera pardus met ‘panter’ aangeduid. De Afrikaanse ‘panter’ wordt meestal ‘luipaard’ genoemd.
De Noord-Amerikaanse panther / ‘painter’ / cougar / mountain lion = Puma concolor = (Ned.) poema / cougar
Voorbeeld: in John Steinbeck’s To a God Unknown, dat zich in Californië afspeelt, komt Joseph Wayne oog in oog te staan met een (AmE) lion: “The lean and sleek lionlooked around and leaped back from the charging boar. (…) Joseph stood up and the lion watched him.”
In James Fenimore Cooper’s Leatherstocking Tales, hoewel in het oosten van de VS gesitueerd, wordt met het woord ‘panther’ of ‘painter’  hetzelfde soort dier (de Noord-Amerikaanse poema / cougar) bedoeld.
De Puma concolor in Noord-Amerika is niet volledig gelijk aan de Puma concolor in Zuid- of Midden-Amerika, en in bijv. Zuid-Amerika komen verschillende ‘ondersoorten’ (sub-species) voor. Of de naam ‘puma’, ‘cougar’, (mountain lion etc.) wordt gebruikt hangt vaak af van het gebied waar het dier voorkomt.
In the South American Handbook (1925, p. 528) wordt een beschrijving gegeven van de “puma”, waarbij tussen haakjes wordt toegevoegd “also called cougar”.
De Afrikaanse/Aziatische panther = Panthera pardus = (Ned.) panter (de naam die meestal gebruikt wordt voor de Aziatische Pantera pardus), luipaard (meestal voor de Afrikaanse Panthera pardus)
Onder Europese ontdekkers en kolonisten in Zuid-Amerika en Zuid-Afrika was het woord ’tiger’ de gangbare benaming voor, respectievelijk de poema (puma) en het luipaard (leopard).
Brown’s South Africa (1893 en latere edities) vermeldde: “The leopard, invariably misnamed the tiger in South Africa, is still common in nearly every mountain district” (p. 79).
The South American Handbook (1925 en latere edities) citeerde de gerenomeeerde Zuid- Amerika-reiziger Waterton: “The word tiger does not mean the Bengal type; it means the jaguar, whose skin is beautifully spotted and not striped, like that of the tiger of the East. It is in fact the tiger of the New World; and receiving the name of ’tiger’ from the discoverers of South America it has kept it ever since. It is a cruel, strong and dangerous beast, but not so courageous as the Bengal tiger”. (p. 525)

Vertaaltips en dilemma’s:
De (AmE) cougar staat bekend als recordhouder  in het Guinness Book of Records als het dier met het grootste aantal verschillende namen: in het Engels,  meer dan 40.
Met name in Amerikaanse western-literatuur komen tal van deze namen voor, en voor vertalers vereist het enige kennis van de Noord-Amerikaanse natuur en de grote katachtigen die er voorkomen (alleen de cougar en de jaguar komen er voor) om te weten dat het in alle gevallen om de cougar (de Noord-Amerikaanse poema) gaat. De vertalingen van de volgende (AmE) zinnen laat zien hoe lastig dit kan zijn.
Her father had told her once that the early mountain men had liked the meat of the panther best (…). > Haar vader had haar eens verteld dat de eerste kolonisten van het bergland dol waren geweest op pantervlees (…) (Louis L’Amour, Hondo, chapter 11, vertaald door J.F. Kliphuis)
– Later he came upon the fresh trail of a mountain lion. > Wat later zag hij verse sporen van een bergleeuw. (Louis L’Amour, Hondo, chapter 13, vertaald door J.F. Kliphuis)
“Watch like a hawk, be patient as the beaver and courageous as the puma (…).”> Waak over hem met de scherpe blik van de arend, wees geduldig als de bever en dapper als de poema (…). (Louis L’Amour, Hondo, chapter 15, vertaald door J.F. Kliphuis)
“Wasn’t he an ugly cuss, that Sam? Mean as a catamount in the breeding season.”> “Wat was het een lelijk kreng om te zien, hè? Die Sam. En een humeur als een poema in de paartijd.”(Louis L’Amour, Hondo, chapter 15, vertaald door J.F. Kliphuis)
“Cat now, cougar or ’tigre’, you don’t see claw tracks. Dog or wolf, you do. Cat draws his claws back inside. Puma or cougar, no dif’rence in ‘em, sometimes they don’t leave tracks. > “Bij de katachtigen, cougar of panter, zie je geen sporen van de klauwen. Bij honden en wolven wel. Katten trekken hun klauwen in. De poema doet dat ook. Die laten soms helemaal geen sporen achter (…). ” (Louis L’Amour, Hondo, chapter 17, vertaald door J.F. Kliphuis)
“Small Warrior has learned the tracks of the wolf and the ’tigre'”. > “Kleine Krijger heeft de sporen geleerd van de wolf en de panter.” (Louis L’Amour, Hondo, chapter 17, vertaald door J.F. Kliphuis)Opmerkingen bij (AmE) tiger / ’tigre’:
In bovenstaande voorbeeldzinnen zijn de vertalingen “panter” en “bergleeuw ” onjuist.
Bovendien wordt in de laatste twee voorbeeldzinnen met ’tigre‘ hoogstwaarschijnlijk de ‘jaguar’ bedoeld, het dier dat door de eerste Franse kolonisten zo genoemd werd vanwege de strepen op de vacht.
En met ‘puma or cougar’ worden de twee ondersoorten van ‘puma concolor‘ bedoeld (‘poema of cougar’). 
Een extra complicatie bij het vertalen van (AmE) ’tiger‘ or ’tigre’ is dat de aanduiding red tiger’ in het Amerikaans-Engels soms ook voor de jaguar/poema wordt gebruikt. De Franse spelling (tigre) in bovengenoemde voorbeelden wijst echter op de betekenis “jaguar”. 

28b. bufallo
(AmE, algemene term) bufallo = bison (Bison bison)
In AmE worden de woorden bison & bufallo als synoniem gebruikt voor Bison bison.
In de schrijftaal (zoals in toeristische folders voor Yellowstone Park, en in staten als Montana, South Dakota, Nebraska, etc.) wordt vaak de voorkeur aan ‘bison’ gegeven.

   

 

29. puff adder
(BrE/AmE) puff adder*= pofadder (een gifslang die veel in Afrika en Saoedi Arabië voorkomt)
(BrE) puff adder / (AmE) hognose snake = haakneusslang (een ongevaarlijke slang die voornamelijk in Noord-Amerika en Mexico voorkomt)
N.B. de Eastern hognose snake, ook wel flathead (Heterodon platirhinos) genoemd, is lid van dezelfde ‘familie’ en wordt ook wel ‘haakneusslang’ genoemd (zie Van Dale).

(AmE) puff adder*
puff adder
(Ned) pofadder
(Lat.) Bitis arietans

(BrE) puff adder
(BrE) puff adder
(AmE) hognose snake / hognosed snake
(Ned.) haakneusslang
(Lat.) Heterodon nasicus

 

30. rapen/knollen (knolgroente van Brassica): swede / turnip / rutabaga / etc.

(BrE) swede / (AmE) rutabaga
(BrE) swede, Swedish turnip
(AmE) rutabaga
(ScotE) turnip, ‘neep’
(Ned) koolraap (Brassica napobrassica)
turnip, white turnip
turnip
, white turnip
(Ned.) knolraap (meiraap, meiknol)
Brassica rapa, rapa
kohlrabi, German turnip
kohlrabi, German turnip
(Ned.) koolrabi
Brassica oleracea, gongylodes

De ‘koolraap‘ (Brassica napobrassica / Brassica napus; BrE: swede / AmE: rutabaga) ) is groter dan de ‘knolraap’.
“In Scotland, swedes prevail over turnips, and are called ‘neeps’ (a contraction of ’turneeps’, an early form of ’turnips’)” (Oxford Companion to Food).
De ‘knolraap’ ( turnip / Brassica rapa) kan als groente dienen (meiknolletjes, witte knolletjes, zoete knolletjes), maar werd ook veel in het najaar verbouwd als veevoer (‘stoppelknol’). Deze ‘stoppelknol’ is een variëteit met een vrij bittere/scherpe smaak, enigszins vergelijkbaar met radijsjes. De knol wordt vaak klein geoogst maar kan wel een gewicht van 1 kg bereiken (afhankelijk van de groeitijd en variëteit).
‘Turnip’ is een ambigu woord dat op verschillende plaatsen in de Engelstalige landen voor verschillende Brassica-soorten (knollen en rapen) wordt gebruikt.
Zie ook Wikipedia, onder ’turnip (disambiguation)link.

knolraap, (mei)knolletje, stoppelknol

(Brassica rapa rapa)

koolraap

(Brassica napus / B. napobrassica)

Pachyrhizus

(een wortelsoort uit tropische en subtropische gebieden)

 
turnip swede (= Swedish turnip) yam bean Z-Engeland + veel Commonwealth-landen
swede or white turnip turnip / yellow turnip   Ierland + delen van N-Engeland
white turnip turnip   Cornwall
Milan turnip or white turnip turnip / neep   Schotland
turnip rutabaga or yellow turnip jicama Verenigde Staten
  turnip jicama oosten van Canada
    turnip Maleisië, Singapore, Filippijnen
white turnip or summer turnip yellow turnip / winter turnip sweet turnip overige

N.B. de koolrabi / kohlrabi / German turnip ontbreekt in dit wikipedia-overzicht.
Het blad van de Brassica is ook eetbaar. Een voorbeeld van een variëteit die speciaal voor de bladgroente (‘raapstelen’, BrE: turnip tops / AmE: turnip greens) wordt geteeld, is de Chinese kool. Zie noot 31 hieronder.

31. kolen (bladgroente van Brassica): bladgroente

(BrE) kale* / (AmE) collard greens
(BrE) kale* (curly/curled/Scottish …)
(AmE) collard greens, collards,
Scots kale
(Ned.) boerenkool,
(Lat.) Brassica oleracea, laciniata
(BrE) Chinese leaves* / (AmE) Chinese cabbage*
(BrE) Chinese leaves*, celery cabbage
(AmE) Chinese cabbage*, napa cabbage
(Ned.) Chinese kool
(Lat.) Brassica penikinensis
(BrE) pak choi / (AmE) bok choi*
(BrE) pak choi
(AmE) bok choi*
(Ned.) pak choi
(Lat.) Brassica rapa chinensis

(BrE) Scottish kale = (AmE) Scots kale

32. bieten (Beta)

beta vulgaris
(Ned.) voederbiet
(Lat.) beta vulgaris
(BrE) beetroot / (AmE) beet
(Ned.) rode biet
(BrE) beetroot
(AmE) beet
(Lat.) beta vulgaris, (variëteit:) vulgaris
chard / silverbeet
chard, Swiss Chard, silverbeet,
mangold, spinach beet, etc.
(Ned.) snijbiet
(Lat.) beta vulgaris, cicla

 

33. artichoke

artichoke
(BrE) Jerusalem artichoke / winter artichoke
(AmE) artichoke / sunchoke
(Ned.) aardpeer, topinamboer
(Lat.) Helianthus tuberosus
(zie ook McGee, blz. 307)
artichoke     artichoke
(BrE/AmE) artichoke / globe artichoke
(Ned.) artisjok
(Lat.) Cynara scolymus

 

34a. rocket

(BrE) rocket / (AmE) arugula
(BrE/AusE/NzlE) rocket
(ontleend aan Franse term: roquette)
(AmE) arugula (uit zuid-Italiaans)
(Ned.) rucola (uit noord-Italiaans)
gebruikt als groente/garnering
vgl. ‘gekweekte eruca’, ’tuineruca’
(Lat.) Euruca sativa

rocket
(BrE/AmE) rocket, Dame’s rocket, sweet rocket, etc.
(Ned.) damastbloem, nachtviooltje
(Lat.) Hesperis matronalis

Voorbeeld (AmE) arugula:
– He ate arugula (“rocket”, the old farmers called it) > Hij at rucola (“raket”, noemden de oude boeren het) (Jonathan Franzen, The Corrections, “The Failure”, vertaald door Marian Lameris et al.)
she loaded Parmesan shards packed in excelsior of shredded arugula (…) > brokjes Parmesaanse kaas op een bedje van kleingesneden rucola (Jonathan Franzen, The Corrections, “The Failure”, vertaald door Marian Lameris et al.)

34b. cowslip

Primula veris - gulden sleutelbloem
(BrE) cowslip
(Lat) Primula veris
(Ned.) grote sleutelbloem
(cf. primrose)


(AmE) cowslip
(Lat) Caltha palustris
(Ned.) gewone dotterbloem
(= marsh marigold)

34c. marigold


(BrE) marigold
(Lat.) Calendula officinalis
(Ned) goudsbloem


(AmE) marigold
(Lat.) Tagetes (Tagetes lucida, etc.)
(Ned.) afrikaantje

 

34d. pigweed

Melganzenvoet bloeiwijze Chenopodium album.jpg
(BrE) pigweed
(Lat.) Chenopodium album
(Ned) melganzevoet, witte ganzevoet


(AusE) pigweed
(Lat.) Portulaca oleracea
(Ned) porselein
(IntE) purslane, munyeroo

 

35. chicory / endive = andijvie / witlof / groenlof /etc.
In de Oxford Companion to Food schrijft Alan Davidson dat Chichorium intybus and Chichorium endivia twee nauw verwante planten/groentes zijn waarvan de gangbare namen in het Engels (en het Frans) tot veel verwarring leiden. De volgende lijst is grotendeels op Davidson’s lijst gebaseerd:

Ned./Lat.   BrE AmE

groenlof,
(blad)cichorei,
Cichorium intybus
(foliosum)
(green)

groenlof chicory

chicory
(sugarloaf is in het zuiden van de V.S.
de naam voor de dikke wortel
die als koffiesurrogaat/-additief
wordt gebruikt
= ‘suikerbrood’, ‘suikerij’

witlof, Brussels lof
Cichorium intybus
(foliosum)
(blanched)

witlof

witloof,
French endive

witloof chicory,
Belgian endive,
French endive
(‘chicory heads = ‘chicons’)

roodlof,
radicchio rosso
Cichorium intybus
(red-leaved)

roodlof radicchio

radicchio,
red chicory

andijvie,
heelbladige andijvie
Cichorium endivia
(latifolium)
(broad-leaved or batavian)

(BrE) endive / (AmE) chicory endive

endive,
escarole,
batavia,
chicory

krulandijvie,
frisée
Cichorium endivia
(crispum)
(curly-leaved)

krulandijvie curly endive curly endive

N.B. In een aflevering van het BBC-kookprogramma Masterchef (3 mei 2017) werd ‘witlof’ gewoon aangeduid met “endive”


36. Lady’s finger / ladies fingers / ladyfinger
(BrE) Lady’s finger = (AmE) okra = (Ned.) okra = (Lat.) Hibiscus esculentus
ladies’ fingers
= (Ned.) wondklaver = (Lat.) Anthyllis Vulneraria
N.B.
(AmE) ladyfinger /ladysfinger = (BrE) sponge finger = (Ned.) lange vinger (koekje)

 

37. raise / rear / bring up
(AmE) raise = (1) telen van planten/gewas (bijv. raise corn/crops, BrE meestal: cultivate/grow corn/crops, etc.), (2) fokken van vee (bijv.
raise cattle, BrE meestal: rear cattle), (3) grootbrengen/opvoeden van kinderen (raise children, BrE meestal: bring up children)
(AmE) rear = (1) fokken van vee, (2) grootbrengen van kinderen (ook: bring up children)
telen = (AmE) raise / (BrE ook:) cultivate, grow
fokken = (AmE) raise, rear / (BrE meestal) rear
grootbrengen, opvoeden = (AmE) raise, rear / (BrE) raise, bring up
H.W. Horwill (Dictionary of American Usage):
“Ïn England one grows farm or garden products, breeds animals, and rears children. In America one raises them all.”
Uit Garner’s Dictionary of Legal Usage (3e editie, 2011):
“The old rule, still somewhat observed, is that crops and livestock are raised and children are reared. But raised is now more common.”

38. kudde, etc.
(BrE) a herd of cattle, a drove of cattle = (AmE/AusE ook:) a mob of cattle
(BrE) a herd of elk = (AmE) a gang of elk
(BrE) a herd of sheep, a flock of sheep = (AusE ook:) a mob of sheep
Zie ook bij ‘group terms‘ in Fowler’s Modern English Usage

39. Duitse Herder = (BrE) Alsatian / (AmE) German Shepherd
De naam ‘German Shepherd’ werd door de British Kennel Club in 1918 officieel gewijzigd in ‘Alsatian Wolfhound’
(kortweg: Alsatian) vanwege het anti-Duitse sentiment a.g.v. de Eerste Wereldoorlog. In 1977 maakte de U.K. Kennel Club de wijziging
weer ongedaan.
Dat deze verandering nog niet overal bekend is, blijkt wel uit de aanhoudende vermelding van Alsation in veel AmE/BrE woordenlijsten
(in 1994 schreef Norman Moss in zijn British/American Language Dictionary nog: “… the identification of Man’s best friends with the Hun caused offence; the name was changed and the old one is now hardly used outside Cruft’s”.
Nog een voorbeeld:
German Spitz / (AmE) American Eskimo Dog
In de VS werd in de Eerste Wereldoorlog de naam van de German Spitz (Keeshond) veranderd in American Eskimo Dog.
N.B. de Nederlandse Keeshond is eigenlijk een bepaalde soort binnen de familie van Spitz-honden

German Shepherd Dog
Duitse Herder
German Shepherd /
(BrE 1918- 1977) Alsatian Wolfhound, Alsatian

(BrE) German Spitz / (AmE) American Eskimo Dog
Keeshond
(BrE) German Spitz
(AmE) (American) Eskimo Dog

Andere voorbeelden waarbij patriotische sentimenten tot (officiële of niet-officiële) naamsveranderingen hebben geleid zijn (zie
wikipedia):
(AmE) freedom fries / freedom toast:
Sinds 2003 kwamen deze benamingen hier en daar in de plaats van de French fries en French toast a.g.v. de Frans-Amerikaanse
onenigheid m.b.t. tot Irak. Deze verandering is daarna bijna overal weer ongedaan gemaakt.
(NzlE) Kiwi loaf:
In Nieuw-Zeeland werd de naam French loaf hier en daar veranderd in Kiwi loaf na de Franse kernproeven op het eiland Moruroa in 1998.

40. beech / hemlock / laurel / bay / walnut
Dit zijn voorbeelden van Brits-Engelse plantennamen die in het Amerikaans-Engels een nieuwe betekenis kregen. Vroege Amerikaanse kolonisten gebruikten de BrE termen voor typisch Amerikaanse planten die op de een of andere manier deden denken aan planten die ze uit het Britse moederland kenden. Zie ook hierboven bij maïs (corn) en allerlei bessensoorten (o.a. huckleberry). H.L. Mencken noemt ook walnut (zie ook Horwill).
(BrE) beech = Fagus sylvatica = woudbeuk, groene beuk
(AmE) beech = Fagus ferruginea (Amerikaanse beuk met een lichtgrijs gekleurde stam, en grof getande bladeren)
Zie H.W Horwill in Modern American Usage: “The English beech is Fagus sylvatica. The American is Fagus ferruginea. The bark of the English tree is a dark slaty grey, while that of the American is a very light grey. The margin of the English leaf is so obscurely toothed that the leaf is practically entire, while that of the American is very strongly toothed.”
(BrE) hemlock = Conicum maculatum = gevlekte scheerling (een giftige schermbloemige plant)
(AmE) hemlock = Tsuga canadensis = (AmE) hemlock fir /hemlock spruce = Canadese den
(BrE) laurel* = boom of struik van het geslacht laurus, vooral de laurus nobilis. Zie ook (BrE) bay (note 34e)
(AmE) laurel = (soms ook:) kalmia of rhododendron (groenblijvende struiken).
(BrE) bay = laurier(boom)
(AmE) bay = wasgagel


(BrE) bay
(Lat.) Laurus nobilis)
(Ned) laurier (boompje)
(IntE) bay-tree


(AmE) bay
(Lat.) Myrica cerifera
(Ned) wasgagel (een struik)
(IntE) wax mirtle

H.L. Mencken, in The American Language, beschrijft “bay” als een voorbeeld van een woord dat in het Amerikaans een nieuwe betekenis kreeg:
“Bay and bayberry early acquired special American meanings. In England bay is used to designate the bay-tree (Laurus nobilis); in America it designates a shrub, the wax myrtle (Myrica cerifera). Both the tree and the shrub have berries, and those of the latter are used to make the well-known bayberry candles.
(BrE) walnut = walnoot, (Lat.) juglans regia = (AmE) English walnut
(AmE) walnut = vaak synoniem voor allerlei inheemse soorten “hickory nut” (meestal voor de “shagbark nut”); ook uit de okkernootfamilie (Jugladaceae); genus: Carya.
Zie H.W Horwill in Modern American Usage: “In some parts of America the name walnut is given to the “shagbark’, a kind of hickory nut, and the true walnut is known as the ‘English walnut'”
Zie ook de Dictionary of American Regional English (DARE); “Several informants explicitly state that a walnut is a hickory nut”, vooral in New England / het Noord Oosten van de VS (“scattered but chiefly NEng”)

41. sweetsop / (BrE) custard apple / (AmE) sugar apple / (AmE) cherimoya
Deze tropische vruchten behoren tot dezelfde familie.
(BrE) custard apple = (Ned.) custardappel, ossenhart = (Lat.) Annona reticulata
(AmE) sugar apple = (algemeen) sweetsop = (Ned.) suikerappel = (Lat.) Annona squamosa
(AmE) cherimoya = (Ned) cherimoya = (Lat.) Annona cherimola

42. produce
Het verschil tussen de Britse betekenis van produce (alle landbouwproducten) en de meer specifieke Amerikaanse betekenis (‘groente en fruit’) lijkt niet altijd op te gaan en/of is van meer recente datum. In oudere Amerikaanse literatuur (m.b.t. agrarische productie) wordt de algemene betekenis gebruikt. Zelfs voor bijv. fokpaarden: “each brood farm has an annual auction sale of its produce” (Baedeker’s U.S. Guide, 1893). Zie ook de landbouwproductiestatistieken (produce) in (oude) Amerikaanse atlassen, etc. Zowel Jeremy Smith en Christopher Davies noemen het verschil maar geven geen toelichting. Moss, David Grote en Hargreaves noemen het verschil niet. De OALD (9th edition, 2015) vermeldt ook geen onderscheid: “things that have been made or grown, especially things connected with farming”.
Daarentegen komen termen als ‘produce specialist’ en ‘produce department’ in zowel BrE als (vooral) AmE voor in de betekenis van respectievelijk ‘groenteboer’ en de ‘afdeling groente en fruit’ in een supermarkt.

Voorbeelden (AmE) produce:
The first was a produce deliveryman going about his business near Walter Reed hospital.
> Het eerste slachtoffer was een levensmiddelenbezorger die in de buurt van het Walter Reed-ziekenhuis zijn werk deed. (John Grisham, The King of Torts / De Claim, vertaald door Hugo en Nienke Kuipers, 2003, hfdst. 6)

Quarry had gotten the trailer in a barter exchange off a produce wholesaler short of cash one harvest season. > Quarry had [de caravan] bij wijze van betaling gekregen van een groothandelaar in landbouwproducten die in een oogstseizoen zonder geld was komen te zitten. (David Baldacci, First Family / Familieverraad, vertaald door Hugo Kuiper, 2009)
There’s just one like him over in produce weighing tomatoes. (Elmore Leonard, Swag, chapter 10)
Frank walked through the empty produce department to the end of the store (…). (Elmore Leonard, Swag, chapter 13)
– He’d made his fortune wholesaling fruit and vegetables (…).  [T]he uncles in the wholesale produce business lived in the Jewish section of suburban Maplewood (…). (Philip Roth, The Plot Against America, chapter 4)
Alvin accepted the job at the produce market (…). (Philip Roth, The Plot Against America, chapter 5)
– he had to drive out well before dawn to farmers in Passaic and Union counties and bring their produce in all by himself (…). (Philip Roth, The Plot Against America, chapter 7)

Voorbeelden (BrE) produce:
– These hooks are for hanging fresh produce in a butcher’s window. (Discovery Channel, Salvage Hunters)

Vertaaltips en dilemma’s:
De vertaling van (AmE) ‘produce’ (= aardappelen, groente en fruit = AGF) blijkt voor vertalers een struikelblok te zijn. Zie de volgende voorbeelden waarin respectievelijk de ‘afdeling groente en fruit’, ‘groenteboer‘ en ‘aardappelen, groente en fruit‘ worden bedoeld:
She loitered in the produce department, next picked her way through the cheeses. > Ze slenterde wat rond tussen de schappen met verpakte artikelen, liep naar de kaasafdeling, (…) (John Grisham, The Partner / De Partner, vertaald door Martin Jansen in de Wal & Jan Smit, hfdst. 29)
– [H]is father had to get a loan at the produce company where he worked. > (…) op de fabriek waar hij werkte (…) (Nancy Taylor Rosenberg, Mitigating Circumstances, chapter 19)
There was a strong foul odor here (…); rotting produce like a garbage dump. > Er hing een vieze lucht (…) het was de doordringende stank van bedorven voedsel. (Steve Martini, The List, chapter 14, vertaald onder de titel “Het Contract”, door Tom van Zon)

 43. mandarin / tangerine
mandarin = mandarijn (Citrus reticulata),
(BrE) tangerine = (AmE) mediterranean mandarin = (Ned.) tangerijn (Citrus tangerina)
De Britse tangerine (Citrus tangerina / Ned. tangerijn) is een variëteit van de ‘gewone’ manadarijn en lijkt er veel op; vandaar dat de Britse termen ‘mandarin’  en tangerine’  vaak (oneigenlijk)door elkaar worden gebruikt.
In de V.S. worden de termen minder gauw verward, want de Amerikaanse tangerine is een donkerkleurige variëteit. The Oxford Companion to Food vermeldt daarom: “Tangerine (…) is less useful as a general term because in the USA it is often applied only top dark-coloured kinds, and in Britain to an old-fashioned Mediterranean variety.”

44. rabbit / coney / cony = een konijn(tje)
(BrE) rabbit = konijn
(AmE) rabbit = haas
H.L. Mencken, in The American Language, beschrijft “rabbit” als een voorbeeld van een woord dat in het Amerikaans een nieuwe betekenis kreeg:
“Zoölogically speaking, there are no native rabbits in the United States; they are all hares. But the early colonists, for some unknown reason, dropped the word hare out of their vocabulary, and it is rarely heard in American speech to this day. When it appears is is almost always applied to the so-called Belgian hare, which, curiously enough, is not a hare at all, but a true rabbit.”
[Belgian hare = (Ned.) Belgische haas”]
(BrE, vooral Schotland / Noord-Engeland) con(e)y = konijn(tje) van het geslacht Sylvilagus; soms ook voor het Europees konijn Oryctolagus cuniculus.
(AmE, o.a. regionaal in Colorado) cony = pika, konijn(tje) uit de familie Ochotonidae; met name ook de “fluithaas” (whistling hare) van het geslacht Ochotona
Zie ook: Dictionary of American Region English.

45. turtle / tortoise
landschildpad = (BrE) tortoise = (AmE ook:) turtle
zeeschildpad = turtle
Voorbeeld (BrE) tortoise/turtle:
In het in Londen uitgegeven The South American Handbook (1974) wordt de reuzenschildpad op de Galapagos Eilanden aangeduid met de “giant tortoise” (reuzenschildpad), terwijl in eerdere edities, bijv. voor het jaar 1927, de term ’turtles” in meer algemene zin werd
gebruikt
: “The islands were the home of vast numbers of turtles now largely depleted”.
Het materiaal waarmee o.a. de juwelendoosjes, etc. werden versierd, heet “tortoise shell”, hoewel het van de schild van een zeeschildpad (“turtle”) is gemaakt, te weten de hawksbill turtle (karetschildpad, Eretmochelys imbricata); verboden sinds 1973.
In de het BBC-tv-programma The Antique Roadshow werd opgemerkt: “We call it tortoise shell, but it is of course turtle shell.”
The BBI Combinatory Dictionary of English (3e editie, 2009) geeft de volgende Usage Note:
“Although CE [= Common English]  has both ’turtle’ and ’tortoise’, the two are distinguished much more clearly in BE than in AE.
In BE, ’turtles’ are aquatic; ’tortoises’ terrestrial.
In AE, the word ’turtle’ often serves as a generic term covering ’tortoises’ as well as ’turtles’.”

46. fall / autumn
Hoewel “fall” in Amerika verreweg het vaakst gebruikt wordt als aanduiding voor ‘herfst’, komt ook ‘autumn’ regelmatig voor, vooral in de geschreven taal (literaire variatie).

Historische aantekening:
H.W. Horwill in Dictionary of Modern American Usage (1935):
“In England, fall sometimes = autumn, but only in some connexion where a suggestion of the falling of the leaves makes its use appropriate; e.g. it might be found in a description of a country walk in October. In America it is the ordinary term for autumn as a chronological period, without any thought of what may be seen in the wood.”

Voorbeelden (AmE) fall = (IntE) autumn:
The fall semester didn’t officially begin for another two weeks. > Het eerste semester zou officieel pas over twee weken beginnen. (Tom Wolfe, I Am Charlotte Simmons, chapter 2, vertaald door Wim Scherpenisse et al.)

Voorbeelden van (IntE) autumn in Amerikaans-Engelse tekst:
–  “during fall break” … “one crisp autumn afternoon” (Dan Brown, Digital Fortress, chapter 3)
– . .. an autumn gale (Steve Martini, Critical Mass, chapter 11)
… the autumn colors slashed through [the forest] like paint flung off the brush. (Max Brand, Trouble Kid, part 2, chapter 1)

47. jagen: hunt / shoot
(BrE) (1) shoot (op gevogelte), (2) hunt (op wild in het veld) = (AmE) hunt = jagen

Voorbeeld (BrE) shoot / hunt:
(…) the king returned with zest to his hobbies: hunting, shooting, racing yachts, chasing women – and money. (Tatler, December 2020, page 118)

Historische info:
Er van van oudsher een verschil tussen (BrE) shoot (met name op gevogelte, in bosrijk gebied, maar ook op de (heide)velden) / (BrE) hunt (op herten, vossen en hazen in het veld):

The seasons for hunting are as follow: that of the hart and buck begins at St. John the Baptist, and end on Holyrood day; of the hind and doe, begins at Holyrood and continues till Candlemas; of the fox, commences at Christmas and finishes at Ladyday; and of the hare at Michalmas, and lasts till Candlemas.
Forestshooting commences for grouse, or red game, the 12th of August, for heath fowl or black game the 20th of August, and ends for both on the 20th of December.”
(from: A Guide to All the Watering and Sea-Bathing Places, 1815, on the hunting and shooting seasons at the New Forest, p. 461)

48. raapzaadolie/koolzaadolie
(BrE) rapeseed oil = (AmE) canola (oil)
Hoewel de Nederlandse term “raapzaadolie” afkomstig is van het zaad van de Brasica rapa oleifera, en de “koolzaadolie” van een ander gewas uit de Brassica-familie (Brassica napus oleifera), wordt de term raapzaadolie voor beide oliesoorten gebruikt. Zie Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal.
Voor (AmE) rapeseed oil en (AmE) canola oil geldt een vergelijkbaar verhaal.
(AmE) canola betreft een plantenvariëteit die in Canada ontwikkeld is voor de voedselindustrie (de naam canola is een samenstelling van Canada oil) en die zich daarna over heel Noord-Amerika verspreidde. Door middel van genetische manipulatie zijn er vervolgens ook andere canola-cultivars ontwikkeld.
De naam “canola” was oorspronkelijk een merknaam, maar is nu de generieke Amerikaanse benaming voor diverse soorten raapzaadolie.
In internationale wetenschappelijke literatuur geeft men de voorkeur aan de term “rapeseed 00”, ofwel “rapeseed double zero“. (Zie wikipedia link.)
Het is voor dezelfde cultivar dat in BrE de term “rapeseed oil” wordt gebruikt.
De traditionele Britse/Europese koolzaadolie (rapeseed oil) werd vanwege de bittere smaak en negatieve gezondheidseffecten aanvankelijk niet voor menselijke consumptie gebruikt, maar vooral als smeerolie. Zowel de (AmE) canola (oil) als de (BrE) rapeseed oil die nu als consumptieolie, voor mens en dier, worden gebruikt, zijn dus ontstaan door de ontwikkeling van cultivars. (Zie wikipedia link.)
In een aflevering van de BBC-kennisquiz Eggheads (14 jan. 2014) werd de vraag gesteld wat het Britse synoniem was voor (AmE) canola oil. Ondanks dat het een meerkeuzevraag betrof waren de deelnemers niet op de hoogte van het juiste BrE synoniem (rapeseed oil).

49. Temperaturen: “degrees
AmE in Fahrenheit / BrE in Celcius (vervolg van noot 25 in het hoofdstuk Voeding en Keuken / Food & Kitchen, link)
0°C = 32 °F
Omrekenformule: … °F = 32 + 1,8 x .. °C
Doordat vanaf de jaren-60 en -70 in landen als het Verenigd Konkinkrijk, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, en bijna alle andere landen ter wereld temperaturen in Celsius worden gemeten, en in de VS (en enkele kleine landen zoals Belize, Palau, Guam, Puerto Rico, en de Amerikaanse Maagdeneilanden) de temperaturen voor dagelijkse doeleinden nog steeds in Fahrenheit worden uitgedrukt, kan dit tot verwarring leiden. Ook in een Brits boek dat in, bijvoorbeeld, de jaren-50 van de 20e eeuw is geschreven of vertaald, kan deze verwarring ontstaan.

Nog steeds worden Amerikanen op het verkeerde been gezet wanneer ze een Brits weerbericht lezen, vooral wanneer het om bijvoorbeeld dagtemperaturen van 40 tot 50 graden gaat. Dat zijn voor Amerikanen zowel in Celsius als Fahrenheit geen uitzonderlijke temperaturen (in Celsius als het om het hete binnenland gaat, en in Fahrenheit als het om een voorjaarsdag of koele zomeravond gaat). Zelfs Brits-taligen zijn zich in dit soort gevallen nog wel bewust van een oudere generatie landgenoten die aan graden Fahrenheit zijn gewend.

In de wetenschappelijke wereld, ook in de VS, worden temperaturen tegenwoordig in graden Celsius uitgedrukt.

Voorbeeld:
Het is opmerkelijk dat er ook op de Britse TV-zenders zo nu en dan, ook in het jaar 2014, nog werd omgerekend naar Fahrenheit. In het BBC-weerbericht van 3 juli 2014 meldde de weerman: “In the South, temperatures will be in the high twenties; that’s the low eighties Fahrenheit.” (BBC, 3 July 2014, 10pm)

Voorbeeld:
One might have supposed that under the almost inconceivably wretched conditions of the Russian soldiery at that time – lacking thick boots and sheepskin coats, without a roof over their heads in the snow with the temperature eight degrees below zero (…) they would have presented a most melancholy and depressing spectacle.” (the British translation by Rosemary Edmunds of War and Peace in 1957, Book 4, Part 4, chapter 8, reissued in Penguin Books in 1978)
Gezien de context van de Russische winter in 1812 moet ervan worden uitgegaan dat de temperatuur hier in Fahrenheit wordt bedoeld.
Een temperatuur van 8 graden Fahrenheit onder nul komt neer op ruim 22 graden Celsius onder nul, wat in de strenge Russische winters niet ongewoon is. In 1974, toen de vertaling van Rosemary Edwards opnieuw werd uitgegeven, en de temperaturen in het Verenigd Koninkrijk (ook in de weerberichten) in Celsius werden uitgedrukt, kon dit gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Immers voor Britse begrippen is een temperatuur van 8 graden onder nul ook al ongewoon koud.

Voorbeeld van het vroegere (BrE) degree (Fahrenheit) in een relatief recentelijke roman, waarschijnlijk met het oog op een Amerikaans lezerspubliek:
– It was hot. Eighty degrees, humid, London hot. (Frances Fyfield, The Art of Drowning, ch. 6)

Voorbeelden (AmE):
‘Hey Walter’, cried Robbie. ‘How was Arizona?”(…) ’too damn hot,’ said Walter. ‘Hundred six, two days.’ (Scott Turow, Personal Injuries, chapter 7)
Summer had not yet arrived and even spring was frittering. It had been less than forty overnight (…) (Scott Turow, Personal Injuries, chapter 41)
The temperature still hadn’t reached much over fifty and Feaver eventually drew his arms back, encircling himself in the chill. (Scott Turow, Personal Injuries, chapter 42)

It’s one of the last decent days of the year. The light is weakening and dismal winter clouds, heavy as quilting, move randomly from remote quarters of the sky (…). But the sun returns periodically and the air is bearable, pushing 40. Soon Mother Nature will prove she is at heart an angry witch. Winter in the Middle West. (Scott Turow, The Laws of Our Fathers, pp. 242, 243)
The temperature was somewhere under twenty degrees, and the snow was frozen and topped with a glaze that reflected moonlight. (John Grisham, Gray Mountain, ch. 32)
The forecast for Monday was a high of fifty-five degrees and lots of sunshine. The last of the snow was melting quickly as Samantha walked to work. (John Grisham, Gray Mountain, ch. 35)
The water – a bathwater-like seventy-five degrees – still felt refreshing. (Stephen Frey, The Insider, ch. 5)
– It was a horrible day to move, close to a hundred. (Scott Turow, Innocent, ch. 13)

the temperature was a scorching hundred and five degrees. (Nancy Taylor Rosenberg, Trial by Fire, ch.1)
It was early in the morning, but the temperature was already nearing sixty. In the heat of the day it would soar into the eighties this time of year. Still, Wingo had endured worse; a thermometer even close to triple digits was not a particular hardship. (David Baldacci, King and Maxwell, ch. 21)
…. he simply could not stand there in the flying dust with the temperature a hundred in the shade (…). (Max Brand, Trouble Kid, part 1, chapter 14)
The thermometer was ranging a hundred and fifty degrees in the year (…). (Max Brand, Trouble Kid, part 2, chapter 1)
It was only two degrees below zero. Much better than the forty below it had been. (Louis L’Amour, Heller With a Gun, chapter 4)
Mr. Amory gave him a 33 [degrees] Fahrenheit smile and a single chuckle (…). (Tom Wolfe, I Am Charlotte Simmons, chapter3)
You ever heard of the middle of winter? It’s about fifteen degrees out there right now. (Tom Wolfe, I Am Charlotte Simmons, chapter 28)
Luz was ill with the grippe. She has a fever of one hundred and two. (Edna Ferber, Giant, chapter 7)
Snow lay in silence across the land. (…) It was about twenty degrees (…). (John D. MacDonald, The Quick Red Fox, chapter 6)
It was cold as hell, seventeen degrees, but the streets were mobbed. > “het was ijskoud, 8 graden onder nul” (Tom Wolfe, The Right Stuff, chapter 12, vertaald door Gerrit de Blaauw et al., Pure Klasse)

Vertaaltips en dilemma’s
In de Penguin-editie van de roman Pleading Guilty (1993) van de Amerikaanse auteur Scott Turow (vooral bekend van de verfilmde bestseller Presumed Innocent) komen een aantal situaties voor waarin de temperatuur in Fahrenheit wordt vermeld, zonder dat dit voor een Britse of andere niet-Amerikaanse lezer meteen duidelijk is. De Nederlandse vertalingen zijn van Jan Smit, in de Poema Pocket-editie:
– “It was 28 degrees, so I hauled my broad Irish backside down the avenues with some dispatch, (…) then stopping and letting sweat freeze up on my nose.” (chapter 6: “Het was rond het vriespunt, dus hield ik er een flink tempo in met mijn brede Ierse kont, (…) toen bleef ik staan en liet het zweet op mijn neus bevriezen.”)
It was in the twenties outside and the ground was frozen hard.”(chapter 20: “Buiten was het ijzig koud, en de grond was stijfbevroren.”)
– [In het tweede souterrain van een flatgebouw waar een indoor golfbaan was aangelegd] “Down this low, it was chilly, maybe 65 degrees.”(chaper 20: “Hier beneden was het niet echt warm, een graadje of achttien.”)
– [Aan het strand van een Carribisch eiland] “Tide’s out. It’s shallow for a quarter of a mile. The water is 83 degrees year round.“(chapter 21: “Het water is hier het hele jaar 28 graden.”)
– “It was pretty cold, less than 15 degrees, and I threw myself down into my coat.”(chapter 26: “Het was behoorlijk koud, bijna 10 graden onder nul.”)
“He had me now and my blood was suddenly pumping at 30 degrees.” (chapter 30: “Mijn bloed veranderde in ijswater.”)
Voorbeeld dat laat zien dat in een Amerikaanse context het vriespunt met het getal 32 (graden) wordt geassocieerd:
– Joe Biden’s got an approval rating that’s hovering right above freezing, at about 32 per cent. ( Matt Gaetz, on Newmax TV, 24 januari 2022) In de publieke klimaatdiscussie en furore over de opwarming van de aarde wordt de Fahrenheitschaal soms gebruikt uit onzorgvuldigheid of onwetendheid, of bewust voor extra effect.
Dit gebeurt zelfs in wetenschappelijke discussies, terwijl in die wereld, ook onder Amerikaanse wetenschappers, de regel geldt dat temperaturen worden uitgedrukt in graden Celsius . Hier moeten de deelnemers aan zo’n discussie, en vertalers, dus attent op zijn.
Voorbeelden:
In de film An Inconvenient Truth van Al Gore uit het jaar 2006, werden wetenschappelijke temperatuurdata en voorspellingen als volgt gepresenteerd:
“On a worldwide basis, the annual average temperature is about 58 degrees Fahrenheit. If we have an increase of 5 degrees, which is on the low end of the projections, look how that translates globally! That means an increase of only 1 degree at the equator, but more than 12 degrees at the pole.”
In de Nederlandse ondertiteling werden deze temperaturen correct vertaald in graden Celsius: respectievelijk 14 graden, 3 graden, 0,5 graad en 7 graden.
Tijdens een wetenschappelijke paneldiscussie over de stelling “Global Warming Is Not a Crisis” (14 maart 2007, zie YouTube) tussen de voor- en tegenstanders van de stelling, respectievelijk  Michael Crichton, Philip Stott, en Richard Lindzen enerzijds en Gavin Schmidt, Richard Somerville en Brenda Ekwurzel anderzijds, sprak laatstgenoemde (Brenda Ekwurzel) voortdurend over temperaturen op de Fahrenheit-schaal. Dus in plaats van te melden dat de gemiddelde temperatuur op aarde in de laatste honderd jaar gemiddeld 0,8 graden Celsius was gestegen, sprak zij van 1,4 graden Fahrenheit. Tussen haakjes, NASA-wetenschappers schatten de gemiddelde opwarming van de aarde tussen de jaren 1906 en 2005 op 0,6 tot 0,9 graden Celsius, ofwel 1,1 tot 1,6 graden Fahrenheit. In het vervolg van haar betoog stelde ze ook: “What we see is that a seven -degree increase in global warming would mean that we would intensify the water cycle …, species would become extinct …
Tijdens een paneldiscussie van het Heartland Institute in de Amerikaanse staat Wisconsin (2013) werd geciteerd uit een NASA-rapport waarin stond dat “the global average surface temperature rose 0.6 to 0.9 degrees Celsius between 1906 and 2005″. In dezelfde panelpresentatie, met de Amerikaanse wetenschappers Joe Bast en Fred Singer en de Australiër Robert Carter, werd gerefereerd aan het temperatuurverschil tussen de minimum en maximum dagtemparatuur in Wisconsin. Joe Bast vertelde dat dat temperatuurverschil zo’n 60 graden bedroeg, waarop iemand in het publiek zei dat het getal hoger was. Beiden hadden gelijk en de verwarring ontstond doordat de ene (Joe Bast) graden Celsius bedoelde, en de ander graden Fahrenheit (het verschil tussen de jaarlijkse temperatuurverschillen in Wisconsin is ca. 95 graden Fahrenheit).


50. reserve, preserve, reservation, etc

Ned. BrE AmE

reservaat (beschermd natuurgebied)

reservaat (voor Indianen)

natuurreservaat,

   natuurbeschermingsggebied

wildreservaat

      ——

reserve*

——

nature conservation area,

      nature reserve

game reserve*, game park,

     wildlife reserve

reserve*, (also:) preserve

reserve, reservation*

protected natural area, wilderness,

     research natural area, RNA

game reserve*, (also:) game preserve,

     refug

51. zonsopkomst, zonsondergang
(BrE / IntE) sunrise* / sunset* 
(AmE ook) sunup/sundown

(AmE) sunup / sundown komen veelvuldig voor in het Amerikaans-Engels, maar ook (IntE) sunrise / sunset wordt door Amerikanen vaak gebruikt. Hierbij valt op dat sunset als alternatief voor sundown veel voorkomt, terwijl sunrise i.p.v. sunup veel minder vaak voorkomt. Voorbeelden van het veelvuldig en afwisselend gebruik van deze woorden door één en dezelfde schrijver vindt men in de roman Lonesome Dove van Larry McMurtry: 
– He was (…) watching the sunset and the cattle herd. (chapter 25):
– Augustus came back to camp a little after sunset (…). (chapter 18)
– They had branded over four hundred cattle after sunup (…). (chapter 18)
– “The wind is gonna come about sundown,” he said.  (chapter 30)
– “It’s gonna be a muddy sundown, boys.” (chapter 31)
– It was nearly sunup, still sultry and humid. (chapter 37)
– Well before sundown they came to a broad riverbed (…). (chapter 49)
sunset was not far off (chapter 51)
– he was still digging at sunup (chapter 58)
– It was barely sunup (chapter 64)
– Zwey came back well before sundown. (chapter 66)
– Look how blue it is toward the sunset.” Augustus usually came out of the tent early so he could see the sunrise.  (chapter 67)
– it was nearly sundown (chapter 69)
– through the sunset and the long dusk- Even Indians waited until sunup. (chapter 71)
– Dish saddled up a little before sunup. (chapter 73)
– None of the men (…)  could remember such a sunset. (chapter 89)

Meer voorbeelden van  (AmE) sunup / (AmE) sundown / (IntE) sunrise / (IntE) sunset:
– Carl and Louly arrived at sundown (…).  (Elmore Leonard, The Hot Kid, chapter 22)
– make the most of the cool hours before sunup. (L.P. Holmes, Apache Desert, chapter 8)
– In the cold sundown Hondo Lane opened his eyes (…). (Louis L’Amour, Hondo, chapter 5)
– It was nearly sundown when the rain ended (…). (Louis L’Amour, Hondo, chapter 6)

– They labored from sunup till sundown (…) (Leon Uris, Exodus, book 2, chapter 9) >  (IntE) from dawn to dusk = (Ned) van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat
I could tell (…), long before sundown, that he was looking his death in the face (…). Now, it was about the sunset time (…). But, as this sunset began, and the sun was starting to redden in the west (…). (Max Brand, Trouble Kid, chapter 8)
If trial was likely to run past sundown, then you had to wagon-train. (Tom Wolfe, Bonfire of the Vanities, chapter 7)
– … a Spanish galleon (…) sailing toward the …. sunset … but the setting sun was …. (Tom Wolfe, Bonfire of the Vanities, chapter 26)

52. BrE / AmE termen m.b.t. gewasbescherming, onkruiden, schimmels en insecten
Uit: Elsevier’s Dictionary of Pests and Diseases in Useful Plants (1995, een lijst met in totaal ca. 3000 termen!)

Ned. BrE AmE
alsemambrosia (Ambrosia ambrosioides)

American wormwood,
Roman ragweed

ragweed
straatgras (Poa annua) annual meadow grass annual bluegrass

appeltwijgafsteker
(Haplorhynchites coeruleus, Rhynchites coeruleus)

apple twig cutter bud curculio

herfstleeuwetand, vertakte leeuwetand
(Leontodon autumnalis)

autumn hawkbit fall dandelion
kweekdravik (Bromus inermis, Zerna inermis) awnless brome, Hungarian brome smooth brome
stamrot v/d balsemden (Polyporus balsameus) balsam butt rot balsam conk
wolfskers (Atropa bella-donna) belladonna, deadly nightshade banewort

besserondknopmijt
(Cecidophyopsis ribis, Eriophyes ribis)

big bud mite, black currant gall mite currant bud mite

vogelkers
(Prunus padus)
bird cherry European bird cherry

kikvorsogenziekte v/d appel
(Physalospora obtusa, Sphaeropsis malorum)

black rot of apple New York apple tree canker

boksdoorn
(Lycium barbarum, Lycium halimifolium)

boxthorn, duke of Argyll’s tea-plant matrimony vine
plat beemdgras (Poa compressa) Canada bluegrass wire grass

Canadese fijnstraal
(Conyza canadensis, Erigeron canadensis)

Canadian fleabane horseweed

Chinese boksdoorn (Lycium chinense)

Chinese boxthorn

Chinese matrimony vine,
Chinese wolfberry

klimmer, klimplant climber, climbing plant vine
boomwurger (Celastrus scandens) climbing bittersweet bittersweet, waxwork


klaverstengelbrand
(Gloesporium caulivora, Kabatiella caulivora)

clover scorch red clover anthracnose

gewone kropaar, kropaar (Dactylis glomerata)

cocksfoot grass orchard grass
akkerdistel (Cirsium arvense) common field thistle, creeping thistle Canada thistle
ruw beemdgras (Poa trivialis)

common meadow grass,
Danish bluegrass, rough meadow grass

roughstalk bluegrass
sint-janskruid (Hypericum perforatum) common Saint John’s wort Klamath weed
gewone reigersbek (Erodium cicutarium) common storksbill alfileria, filaree
vlasbekje, vlasleeuwebek (Linaria vulgaris) common toadflax butter-and-eggs
kweek, kweekgras (Agropyron repens) couch-grass, twitch quackgrass

veenbes
(Oxycoccus palustris, Vaccinium oxycoccos)

cranberry European cranberry

gladde witbol, zachte witbol (Holcus mollis)

creeping-softgrass German velvetgrass
Griekse alant (Inula helenium) elecampane inula

oogvlekkenziekte v/d granen
(Cercosporella herpotrichoides,
Pseudocercopsporella herpotrichoides)

eyespot of cereals, true eyespot strawbreaker

gele morgenster (Tragopogon pratensis)

goatsbeard, jack-go-to-bed-at-noon meadow salsify

basterdamarant, groene amarant
(Amaranthus chlorosachys, Amaranthus hybridus)

green amaranth prince’s feather
kafferkoren (Sorghum bicolor, Sorghum vulgare) Guinea corn, millet sorghum
haarmos (Polytrichum spp.) hair moss, hair-cap moss pigeon wheat

kleinzadige huttentut
(Camelina microcarpa, Camelina sylvestris)

hairy gold of pleasure small-seeded false flax
stuifbrand v/d gierst (Ustilago crameri) headsmut of foxtail millet millet kernel smut
gevlekte scheerling (Conium maculatum) hemlock poison hemlock

paarse dennezwam
(Hirschioporus abietinus, etc.)

hollow pocket rot, pitted sap rot purple conk
klimop (Hedera helix) ivy English ivy
Kaaps springzaad (Impatiens capensis) jewel weed, orange balsam celandine
moerasrolklaver (Lotus uliginosus) large bird’s-foot trefoil marsh deervetch
kleine klaver (Triffolium dubium, Trifolium minus) ;lesser yellow trefoil small hop clover

builenbrand, stuifbrand van maïs
(Ustilago maydis, Ustilago zeae)

maize blister smut, sweet corn smut corn smut

droogrot v/d maïs
(Diplodia maydis,
Diplodia zeae, Macrodiplodia zeae)

maize dry ear rot, maize seedling blight,
maize diplodia disease

diplodia corn ear rot

moerasandoorn (Stachys palustris)

marsh woundwort hedge nettle

scherpe boterbloem
(Ranunculus acer, Ranunculus acris)

meadow fescue English bluegrass

beemdlangbloem (Festuca pratensis)

meadow buttercup tall buttercup, tall crowfoot

veldbeemdgras (Poa pratensis)

meadow grass Kentucky bluegrass

krulziekte v/d papaja

papaw leaf curl papaya leaf curl

Amerikaanse kruidkers, Virginische kruidkers
(Lepidium virginicum)

poor man’s pepperworth poor man’s peppergrass

gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata)

procumbent yellow sorrel creeping lady’s sorrel
bergvlier, trosvlier (Sambucus racemosa) red-berried elder European red elder
rode ganzevoet (Chenepodium rubrum) red goosefoot French spinach

smalle weegbree (Plantago lanceolata)

ribwort plantain buckhorn plantain

platte tonderzwam
(Fomesapplanatus, Ganoderma applanatum)

shelf fungus, white spongy heart rot artist’s conk, white mottle rot

naaldvaren (Polystichum spp.)

shield fern holy fern
zijdeplant (Asclepias cornuti, Asclepias syriaca) silkweed common milkweed

loodglans, loodglansziekte
(Chondrostereum purpureum, Stereum purpureum)

silver leaf sapwood rot

speerdistel (Carduus lanceolatum,
Cirsium lanceolatum, Cirsium vulgare)

spear thistle bull thistle

zwavelzwam
(Laetiporus sulphureaus, Polyporus sulphureus)

sulphur fungus sulfur mushroom

druivehaantje, gegroefde lapsnuittor 🙂
(Brachyrhinus sulcatus, Otiorrhynchus sulcatus)

vine weevil black vine weevil

slangekruid (Echium vulgare)

viper’s bugloss blue thistle, blue weed
wilde wingerd (Partenocissus spp) Virginia creeper Boston ivy
witte amarant (Amaranthus albus) white pigweed tumbleweed

Weymouthroest, blaasroest v/d Weymouthden
(Cronartium ribicola, Peridermium strobi)

white pine blister rust, white pine rust felt rust
witte klaverzuring (Oxalis acetosella) wood sorrel white wood sorrel

zeegroene naaldaar (Panicum pumilum,
Setaria glauca, Setaria lutescens, Setaria pumila)

yellow bristlegrass yellow foxtail
Ned. BrE AmE
mierenleeuw (larve; Myrmeleon formicarius)

ant-lion

doodlebug
appelvlieg (Rhagoletis pomonella) apple fruit fly, apple maggot (larve) railroad worm (larva)
appelzaagwesp (Hoplocampa testudinea) apple sawfly European apple sawfly
tuinslak (Ceaea hortensis, Helix hortensis) banded snail garden snail

bietenvlieg (Pegomyia betae, Pegomyia hyoscyami)

beet fly, beet leaf miner, mangold fly spinach leaf miner

bonebladluis, zwarte bonenluis
(Aphis fabae, Doralis fabae)

black bean aphid, bean aphid bean aphis

zwarte luzernebladkever (Colaspidema atrum)

black lucerne leaf beetle,
lucerne grub

black alfalfa leaf beetle

drooghoutboorders (Bostrychidae)

bostrichids false powder-post beetles
buxusbladvlo (Psylla buxi) box sucker boxwood psyllid
buxusbladgalmug (Monarthropalpus buxi) box leaf mining midge boxwood leaf miner

gewone dopluis
(Eulecanium corni, Parthenolecanium corni)

brown scale European brown scale

rode knopbladroller
(Spilonota ocellana, Tmetocera ocellana)

bud moth eye-spotted bud moth


koolbladluis
(Aphis brassicae, Brevicoryne brassicae)

cabbage aphid cabbage aphis

koolzaadsnuitkever (Ceuthorrhynchus assimilis)

cabbage seed weevil cabbage seedpod weevil

stengelboorsnuitkever
(Ceuthorrhynchus quadridens)

cabbage stem weevil cabbage seedstalk curculio
tapijtkevertje (Anthrenus scrophulariae ) carpet beetle buffalo carpet beetle
zwarte kersenluis (Myzis cerasi) cherry blackfly cherry aphid

bladvlekkenziekte v/d grauwe erwt
(Ascochyta rabiei, Didymella rabiei,

Mycosphaerella rabiei)

chickpea blight gram blight

kleine luzernekever

(Hypera nigrirostris, Phytonomus nigrirostris)

clover bud weevil, lesser clover weevil

lesser clover leaf weevil

kokospalmschildluis (Aspidiotus destructor) coconut scale bourbon scale

gewone meikever

(Melolontha melolontha, Melolontha vulgaris)

common cockchafer European cockchafer
gewone oorworm (Forficula auricularia) common earwig European earwig
segrijnslak (Helix aspersa) common garden snail, common snail brown snail
gewone steekmug (Culex pipiens) common gnat common mosquito

bessenbladwesp, ribesbladwesp

(Nematus ribesii, Pteronidae ribesii)

common gooseberry sawfly imported currantworm

Amerrikaanse rijstmeelkever

(Tribolium confusum)

confused flour beetle bran bug

windepijlstaart

(Herse convolvuli, Sphinx convolvuli)

convulvus hawk moth,

sweet potato hawk moth

morning-glory sphinx

groene maïsbladluis (Rhopalosiphum maidis)

corn aphid, corn leaf aphid corn aphis

iepeschildluis (Gossyparia ulmi,

Eriococcus spurius, Gossyparia spuria)

elm bark lous European elm scale

ongelijke houitkever, ongelijke schorskever

(Anisandrus dispar, Xyleborus dispar)

European shot-hole borer walnut borer

glimwormen, lichtkevers (Lampyridae)

fireflies, glowworms lightning bugs

galwespen, cynipiden (Cynipidae)

gall wasps cynipid wasps
kassprinkhaan (Tachycines asynamorus) glasshouse camel cricket greenhouse stone cricket

bonespintmijt

(Tetranychus althaeae, Tertanychus telarius,

Tetranichus urticae)

glasshouse red spider, hop red spider two-spotted mite
(groene) appel (blad)luis, groene appeltakluis green apple aphid apple aphid

rondknopmijt

(Eriophyes avellanae, Phytoptus avellanae)

hazelnut gall mite filbert bud mite
kelderslak (Limax flavus) large yellow slug tawny garden slug
bladrollers (Tortricidae) leaf roller moths tortricids
kleine oorworm (Labia minor) lesser earwig small earwig

lubbestoksnuitkever

(Brachyrhinus ligustici, Otiorrhynchus ligustici)

lovage weevil alfalfa snout beetle
luzerneknopgalmug (Contarinia medicaginis) lucerne flower midge alfalfa flower midge

vierentwintig-punctata,

vierentwintigstippelig lieveheersbeestje

lucerne ladybird legume lady bug

appelschildluis, kommaschildluis,

mosselschildluis (Lepidosaphes ulmi)

mussel scale

oystershell scale,

oystershell bark louse

oosterse fruitmot (Carpocapsa molesta,

Cydia molesta, Grapholitha molesta,

Laspeyresia molesta

oriental fruit moth, peach moth peach tip moth

oestervormige vruchtboomschildluis

(Quadraspidiotus ostreaeformis, Quadr. pyri)

oystershell scale European fruit scale

pastinaakmot (Depressaria heracliana)

parsnip moth parsnip webworm
bladrandkever (Sitona lineatus) pea and bean weevil pea leaf weevil

peregalmijt (Eriophyes pyri, Phytoptus pyri)

pear leaf blister mite pear blister mite

kersebladwesp, vruchtboombladwesp,

slakvormige bastaardrups (larve)

(Caliroa cerasi, Caliroa limacina,

Eriocampoides limacina)

pear slug sawfly,

pear and cherry slugworm (Larva)

pear slug

faraomier, suikermier (in Suriname)

(Monomorium pharaonis)

Pharaoh’s ant pharaoh ant

pruimebladroller, pruimemot

(Cydia funebrana, Enarmonia funebrana,

Grapholita funebrana, Laspeyresia funebrana)

plum fruit moth,

red plum maggot (larva)

prune moth

pruimegalmijt (Vasates fockeui)

plum leaf mite plum rust mite

Japanse luis, Japanse vlieg

(Stephanitis rhododendri)

rhododendron bug rhododendron lace bug

San José schildluis (Aspidiotus perniciosus,

Quadraspidiotus perniciosus)

San José scale pernicious scale

zilversparwolluis (Adelges nordmannianae,

Dreyfusia nordmannianae, Dreyfusia nüsslini)

   

sinaasappelschildluis (Coccus hesperidium,

Lecanium hesperidium)

soft scale brown soft scale

sparappelgalluis (Aldes anietes,

Chermes abietes, Sacchiphantes abietes)

spruce gall adelgid eastern spruce gall aphid

hoekstipvlinder, witvlakvlinder, borstelrups

(Orgyia antiqua, Orgyia recens)

vapourer, vapourer moth rusty tussock moth

waterleliehaantje, waterlelietorretje
(Gelerucella nymphaeae,
Hydrogaleruca nymphaeae, Pyrrhalta nymphaeae)

water lily beetle pond lily leaf beetle
snuitkevers (Curculionidae) weevils snout beetles

Weymouthwolluis (Pineus strobi)

Weymouth pine adelgid pinebark aphid
graanhalmwesp (Cephus pygmaeus) wheat stem saw fly European wheat stem saw fly
zevenbladluis (Cavariella aegopodii) willow-carrot aphid carrot aphid
wilgeschildluis (Chionaspis salacis) willow scale cottonwood scale
woldopluis (Pulvinaria vitis) wooly vine scale cottony maple scale

 

52. slang words & colloquialisms

Ned. BrE AmE
schoothondje   pooch
asbakkenras, straathond —— mutt

 

53. Overig bronmateriaal
U.S. Department of Agriculture Plants database (Amerikaanse planten, met 40.000 illustraties), weblink

The PLANTS Database provides standardized information about the vascular plants, mosses, liverworts, hornworts, and lichens of the U.S. and its territories. It includes names, plant symbols, checklists, distributional data, species abstracts, characteristics, images, crop information, automated tools, onward Web links, and references. This information primarily promotes land conservation in the United States and its territories, but academic, educational, and general use is encouraged.

The above information is under constant review. For comments, contact: info@vertaalbureaus.biz